|
DEEL
EEN
PERSOONLIJK
Hoofdstuk 1
De sterren 's
middags
In Oud-Montreal is er een plaats die door alle
generaties van katholieken in de provincie Quebec geliefd is en waar de sterren
zowel 's morgens, 's middags als 's nachts zichtbaar zijn. Op het diepblauwe
plafond van de kerk van Notre Dame kijken duizenden zilveren en gouden met de
hand geschilderde sterren neer op de gelovigen eronder.
Vele kinderen zijn vanuit de Notre Dame naar
huis gekomen met een nek die pijn deed van het staan op de knielbank, al
draaiend en kijkend naar die geweldige weergave van de Hemel. Dat de roem van
de Kerk die ze vertegenwoordigde in enkele jaren zo kon vervagen, zou in het
Quebec van de jaren '40 niet geloofd zijn. In de provincie die gekend was als
de provincie van Sint Anna leek het geloof even vastgebakken als de sterren in
hun blauw geschilderd firmament.
Men zegt dat nooit in de loop van de
geschiedenis het koningschap van Christus in de maatschappij zo totaal en
compleet weerspiegeld werd op aarde als in de keukens van Quebec tijdens de
eerste helft van de twintigste eeuw. Hier daalde het geloof neer van
bovennatuurlijke hoogte en drong het door in elk aspect van het leven. Aan
diegenen die de Kerk een verstikkende, verdrukkende aanwezigheid in het leven
van de mensen van Quebec noemen, kan men opmerken dat de unieke cultuur van de
provincie van Sint Anna vandaag juist te danken is aan het katholieke geloof.
De Kerk vormde er immers het voornaamste bolwerk tegen de opslorping door het
protestantse Engeland.
(Om eerlijk te zijn tegenover Engeland moet ook
gezegd worden dat de verovering van Quebec door Engeland in 1759 de provincie
ongetwijfeld redde van de guillotine, gezien de revolutie Moeder Frankrijk
amper 30 jaar later in een slachthuis veranderde.)
Wat ook beweerd mag worden over de geschiedenis
van Quebec, het is onweerlegbaar dat Montreal in 1942 het centrum was van een
springlevende Belle Province. In Montreal aanwezig zijn stond gelijk aan
deel uitmaken van de meest kosmopolitische stad van het halfrond, Rio buiten
beschouwing gelaten.
De stad Mount Royal binnen de grotere stad
Montreal was ver verwijderd van het kanongebulder in Europa, maar de ziel van
Quebec leefde mee met de gevaren die Frankrijk bedreigden, vanaf het eerste
moment van de Hitleriaanse waanzin. De uitzendingen van de führer
ontroerden de radio's in het noorden van Quebec en de binnenstad van Montreal
even zeer als de radio's in Frankrijk. De illusie van de Maginotlinie werd
zowel langs de St. Lawrence als langs de Champs Elysées verbrijzeld. En
wie kan betwijfelen dat het vreselijke ritme van het marcheren van de
stormtroepen voorbij L'Arc de Triomphe de harten in de schaduw van St. Jozef's
kapel deed beven.
Hoe dan ook, geboren worden in Montreal in het
midden van de Tweede Wereldoorlog betekende dat je getuige was van het meest
kritieke tijdperk van de menselijke geschiedenis vanuit een bevoorrechte en
veilige positie. Weinig Canadese moeders tijdens die donkere jaren waren zich
niet bewust van hun veilige afstand van het slagveld, waar het tweede deel van
de Apocalyps zich voltrok.
Jessie Gruner had voor God en haar echtgenoot
Malcolm al vier kinderen gebaard tegen de maand mei van 1942. Michael, de
eerste, was geboren op het feest van de H. Athanasius, die grote heilige die
zich ter verdediging van de Kerk en het geloof zelfs tegen de Paus verzette.
Peter volgde, dan Christopher, die geboren werd op de vooravond van het Sint
Niklaasfeest, en dan Anthony. De laatste zou Nicholas genoemd worden.
Nicholas Gruner werd gedoopt in de
St. Malachy-parochie, volgens de traditie en de wet van het grootste instituut
ter wereld, de tweeduizend jaar oude Rooms katholieke Kerk.
Hij werd genoemd naar St. Nicolaas van
Tolentino, een katholieke priester op wiens feestdag zijn ouders, Jessie
Mullally en Malcolm Gruner, getrouwd waren: 10 september 1930.
Is het toevallig dat Nicholas Gruner en een
andere Nicholas, Van der Flue, zowel de naam als een gelijkaardige levensloop
delen ? Nicholas Gruner, de vijfde zoon, werd priester, net als de vijfde zoon
van St. Nicholas Van der Flue. Beiden zouden ook misbruik van macht en
onverantwoorde oordelen bestrijden.
In de tijd van Nicholas Van der Flue was hij het
die Zwitserland de oplossing voor een "onoplosbaar" probleem gaf. De Zwitserse
grondwet is zijn meesterwerk en bestaat vandaag nog altijd. Nicholas Gruner was
ook voorbestemd om de wereld de oplossing voor een "onoplosbaar" probleem te
geven, namelijk de enige manier om wereldvrede te bereiken.
Malcolm Gruner was een van de oorspronkelijke
vijf katholieke mannen die de Aartsbisschop van Montreal vroegen om de parochie
van de Boodschap aan O.L.Vrouw, waar de familie veertig jaar zou leven, te
stichten. Malcolm was 30 jaar lang de bewaker van deze parochie. Twee van zijn
kinderen zouden hier gedoopt worden, drie hun eerste H.Communie ontvangen, drie
anderen trouwen, en de ouders zelf hun vijftigste
huwelijksverjaardag1 vieren. Malcolm speelde ook een belangrijke rol
bij de stichting van de parochieschool van St. Jozef, waar ten minste vier van
zijn kinderen naar school gingen. Er waren lessen voor zowel Engelse als Franse
katholieke schoolkinderen in de periode dat Nicholas er naar school ging. Nog
meer continuïteit. Nog meer traditie.
In 1942 waren katholieke continuïteit,
traditie en wet het geboorterecht van elke toekomstige priester. Het waren
geschenken die hij later overvloedig zou kunnen gebruiken wanneer de Kerk,
onder druk van de zogenaamde "hervormers", deze en andere waardevolle schatten
van haar heilige erfgoed over boord zou gooien.
Continuïteit en traditie waren zeer
belangrijk op het thuisfront van de Gruners. Een beeld van het Heilig Hart dat
in de meest opvallende plaats van het huis stond, deelde zegens uit en spoorde
aan tot voorzichtigheid. Jaar na jaar gingen de kinderen de trap op en
passeerden het Heilig Hart, dat, zoals in alle katholieke huizen, met de ene
hand zegt: "Niet rennen", en met de andere: "Ik ben er als je zou vallen". Een
trap zoals deze gaf bij de H.Therese van Lisieux aanleiding tot die jeugdige
emoties die later haar hele leven zouden veranderen en haar naar de heiligheid
zouden leiden.
Voor het beeld van O.L.Vrouw van altijddurende
bijstand, in Jessie en Malcolms slaapkamer, moesten de kinderen het Memorare
leren, die poort tot redding in tijden van wanhoop : "Nooit is het voorgekomen
dat iemand die Uw hulp of Uw tussenkomst vroeg niet geholpen werd..."
Het bestrijden van ongelijkheid en het verleggen
van grenzen leken deel uit te maken van de familiale achtergrond. Grootvader
Dokter Emmet J. Mullally was een prominente dokter in Montreal en
één van de eerste Engelstalige commissarissen van de katholieke
schoolraad. Dokter Mullally speelde een grote rol bij de stichting van D'Arcy
McGee University, de eerste Engelstalige katholieke high school in
Montreal. Omdat hij een vurig historicus van de Ierse overblijfselen in Canada
was, had Mullally de school D'Arcy McGee genoemd, naar de dynamische Ierse
parlementariër die vermoord werd in Sparks Street in Ottawa in 1868. Later
zou er in Montreal een school naar Mullally zelf genoemd worden als erkenning
van zijn bijdrage tot het onderwijs in de stad.
"We hadden een gelukkig, stabiel gezin,"
herinnert Pater Nicholas Gruner zich vandaag, "een moeder die thuis bleef, een
vader die elke avond en tijdens het weekend thuis was. Mijn ouders ruzieden
nooit in onze aanwezigheid. We gingen met de familie op vakantie naar Prince
Edward Island en soms naar St. Jozef de Mont Rolland, 65 km. ten noorden van
Montreal, waar we een huis mochten gebruiken." Het was daar dat Nicholas vlug
leerde zwemmen nadat zijn broer Peter hem in het water gegooid had en hij bijna
verdronk.
Nooit werd er gevloekt in het huis, nooit een
godslastering en nooit smerig taalgebruik gehanteerd. "Het ergste wat mijn
vader ooit zei, was 'verdomme'."
Zijn broer Tony herinnert zich dat, nog voor
Nick geboren werd, Peter, toen hij twee was enkele vloeken geleerd had van een
meid. Toen hij ze gebruikte in bijzijn van zijn moeder, viste ze uit waar hij
ze gehaald had en ontsloeg de meid meteen. Pater Nicholas vertelt dat zijn
moeder "haar plicht als katholieke moeder erg serieus nam en erop toezag dat er
nooit een godslasterlijk woord zelfs maar gefluisterd werd in haar huis.
"Ondanks het feit dat we tot de betere kringen
behoorden," vertelt Pater Gruner, "leefden we niet overdadig. Ik herinner me
dat mijn vader zei dat hij eventuele rijkdom vrijgevig zou delen. Maar hij was
niet rijk en dat wisten we. We waren er ons van bewust dat we niet in overvloed
leefden en dat we moesten werken voor hetgeen we hadden. We moesten zelf ons
geld verdienen. Mijn zus Jenny, de jongste, herinnert zich dat ze toen ze 10
was, zelf voor een fiets moest werken, ook al konden mijn ouders zich er een
veroorloven. Wanneer Tony mijn vader vergezelde naar een grote bouwwerf buiten
de stad, bestelde hij enkel een hamburger als maal en vertelde hij mijn vader
'Ik weet dat je niet veel geld hebt, dus wilde ik het je niet lastig maken.'
"We betaalden zelf onze studiekosten, woonden
thuis toen we naar de universiteit gingen, maar werkten in de zomer om ervoor
te betalen.
"We waren erg verschillend, ieder individueel,
en allen erg bewust van onze onafhankelijkheid en onze mening." Pater Nicholas
vertelde dat zijn babysitter een zekere mevrouw St. Laurent was en dat zij hem
vertelde dat hij voor zijn vierde levensjaar niet sprak. Maar toen hij wel
sprak, wist hij heel goed wat hij wilde. Hij drukte zich heel nauwkeurig uit en
protesteerde als men hem fout citeerde. Dit zegt ook veel over de manier waarop
Pater Gruner vandaag de dag spreekt.
Al de Gruner kinderen hebben een hoger diploma,
behalve Michael, de oudste. Beide ouders hechtten immers veel belang aan een
goede opleiding.
Pater Gruner herinnert zich dat zijn vader "uit
een lange lijn van uitvinders en ingenieurs stamde. Hij had zelf een
ingenieursdiploma en sloeg een beurs af omdat anderen er meer nood aan hadden
dan hemzelf.
"Zijn tweede naam en ook de mijne is
'Nightingale'. Alice Nightingale, de moeder van mijn vader beweerde dat we
familie waren van Florence Nightingale, de beroemde verpleegster."
"Mijn moeder had een groot
rechtvaardigheidsgevoel. Ze steunde ons wanneer we gelijk hadden, maar niet
wanneer we ongelijk hadden. Bijvoorbeeld, ondanks de druk van de boze eigenaar
van een auto, wou mijn moeder Tony niet laten betalen voor de ruit die gebroken
werd tijdens een spelletje baseball. Hij was niet aan het meespelen maar stond
slechts te kijken. Zij was lerares geweest voor ze trouwde en bleef een actieve
rol spelen in onze opvoeding. Tijdens mijn eerste jaar aan de McGill
Universiteit liet ze me een verhandeling over economische geschiedenis
herschrijven, ook al vond ik dat het goed genoeg was. Ze zei dat het niet goed
genoeg was en liet me er harder aan werken.
"Haar familie was gekend in Montreal.
Grootmoeder Mullally's familie kwam naar Canada in 1842, tijdens de
aardappelschaarste in Ierland, en belandde in Montreal.
"Grootvader Mullally kon zich herinneren wanneer
Louis Riel geëxecuteerd werd door de regering van Canada (omdat hij de
Metis-rebellie in 1885 in het westen van Canada leidde) en hoe zijn vader hem
uitlegde dat het ophangen van Riel slecht was voor de Canadese eenheid.
"De moeder van grootvader Mullally had haar
eigen mening en was zeer koppig. Zij was een Mac Donald en ondanks de sterke
tegenstand van haar familie was zij de eerste Schotse in PEI die met een Ier
trouwde.
"Dokter Oscar Cameron Gruner, die door zijn
kleinkinderen 'Baba' genoemd werd, was een dokter in de geneeskunde die
gespecialiseerd was in pathologie en onderzoek deed naar kanker. Vroeg in zijn
leven al, besliste zijn moeder, Eleanor, een koppige en artistieke vrouw, dat
haar zoon een wereldberoemd chirurg zou worden." Haar rolmodel was Sir Barkley
Moinahan. Sir Barkley was een competent chirurg aan het hof van Koningin
Victoria. Hij schreef een tekst over de chirurgie. In die tekst was er een deel
dat zwaarmoedigheid behandelde, hetgeen in die tijd nog een medisch mysterie
was. Het was Oscar die dat hoofdstuk schreef, hoewel hij er nooit de verdienste
voor kreeg.
In 1910 kwamen Oscar, die toen
assistent-professor in de pathologie was, en zijn vrouw Alice, naar Montreal
met hun twee kinderen, Malcolm en Douglas. Oscar schreef samen met een zekere
dokter Emmet James Mullally artikels over de pathologie van verschillende
tumoren, die gepubliceerd werden in bekende tijdschriften zoals de American
Journal of Pathology. Mullally was aan McGill afgestudeerd en deed mee met
een van de eerste groepjes van dokters die wat ze nu een chirurgische praktijk
noemen, vormden. In 1913 werden de voortekenen van oorlog duidelijk en Oscar
vond dat hij terug moest gaan naar Engeland. Hij keerde terug en werd lid van
het British Army Medical Corps en werkte als patholoog.
Dokter Gruner was de eerste om een
wetenschappelijke test uit te voeren die kanker herkende door een telling van
het aantal witte bloedcellen. Hij toonde de methode aan Nicholas toen die een
kind was en leerde Peter, toen een tiener, hoe de test te gebruiken. Peter is
nu zelf dokter.
Oscar had inderdaad een zeer originele visie op
geneeskunde en kankeronderzoek. Zijn werk in 1915 was zijn tijd ver voor. Pas
50 jaar later zou de wetenschap zijn onderzoek bevestigen. Zijn werk werd
eindelijk erkend en hij kreeg een prijs in 1965.
Hijzelf bestreed een deel van het medische
establishment en stond kritisch tegenover geneeskundige theorieën van die
tijd die het lichaam als een simpele machine beschouwden. Hij was er ook van
overtuigd dat te veel geneeskundigen marionetten van de farmaceutische
bedrijven waren. Hij was een kalme man die nooit ruzie maakte, maar als
onderzoeker wel aan de waarheid vasthield.
In 1949 bewees hij dat kanker genezen kon
worden. Een Duitser, mijnheer Fookes, die voor Malcolm werkte, had kanker en
dokter Gruner genas hem met een medicijn dat een andere onderzoeker in Canada
had ontdekt.
Malcolm Gruner, geboren op 22 augustus 1905,
ging naar de Leeds Grammar School waar hij het academisch gezien vrij goed
deed. Hoewel hij door zijn vader werd aangemoedigd om geneeskunde te studeren,
was hij er nooit echt in geïnteresseerd. Oscar was een renaissance figuur
en geboeid door de vele aspecten van de toen nog nieuwe wereld. Malcolm was
vooral geïnteresseerd in de nieuwe vondsten bij verschillende Egyptische
opgravingen en was een belezen amateur egyptoloog. Een van de opgravingen legde
de mummie van een Egyptische prinses bloot. De archeologen stuurden haar
beringde hand naar Malcolm voor onderzoek.
In 1926 emigreerde Malcolm, ondertussen een
ingenieur, om bij Vickers in Montreal te werken. Hij introduceerde zichzelf
opnieuw bij zijn vaders oude vriend en collega, dokter Mullally. Op deze manier
ontmoette hij ook Jessie Rosalie opnieuw. Malcolm keerde terug naar Engeland
maar vele brieven werden tussen hem en Jessie uitgewisseld. Jessie bezocht
Engeland met haar vader en broer James in 1928. Hier verloofden Jessie en
Malcolm zich. Ze zouden in Canada trouwen.
Malcolm had vroeger in zijn leven een bereidheid
vertoond om wat hij als een 'roeping' aanvoelde niet uit de weg te gaan. In
Rome in de jaren twintig was de jonge Malcolm, toen nog geen katholiek, zo
ontroerd door het leven van de H.Cecilia, de nobele Romeinse maagd die haar
geloof vurig beleed en haar leven voor Christus gaf, dat hij zich daar waar
Cecilia martelares werd, bekeerde.2
Pater Gruner herinnert zich zijn bekering: "Mijn
oom Douglas was al katholiek geworden, maar mijn vader volhardde in zijn
weigering. Toen werd Malcolm door zijn ouders naar Rome uitgenodigd tijdens het
Heilig Jaar 1925. Hij zei dat hij zou gaan, niet om het christelijke Rome te
zien maar als een vurig student met een grote interesse voor archeologie om de
ruïnes van het heidense Rome te bezoeken. Hij ging naar de Kerk van de
H.Cecilia in Trastevere omwille van haar archeologische waarde en zijn grote
liefde voor muziek. De H.Cecilia is namelijk de patroonheilige van de muziek.
Toen hij in de kelder van de ruïnes kwam, hoorde hij hoe de H. Cecilia om
het leven kwam. (Zij werd in een stoomkamer opgesloten, maar bleef leven. De
beulen probeerden haar dan verscheidene keren te onthoofden, maar de wonde aan
haar nek was niet onmiddellijk fataal — ze leefde nog twee dagen terwijl ze
haar geestelijk testament dicteerde, waarin ze haar huis aan de rooms
katholieke Kerk schonk zodat het tot een plaats van eredienst verbouwd kon
worden. De H.Cecilia was ook een groot apologeet voor de Kerk.)
"Toen ik mijn vader vroeg wat hem bekeerde, zei
hij dat hij zo ontroerd was door het verhaal van de H.Cecilia, die zo rijk en
mooi was en alles bezat wat de wereld haar te bieden had, maar dit alles opgaf
uit liefde voor Jezus Christus en een maagdelijke martelares werd. In 1946 zou
zijn eerste dochter, zoals hij zo'n 21 jaar eerder beloofde, haar naam dragen,
zodat, zoals in alle katholieke gezinnen, de spirituele nalatenschap van de
vroege martelaren de nakomelingen zou inspireren en leiden. Maar of Cecilia's
offer Malcolm's gezin echt zou beïnvloeden in de volgende jaren, werd
bepaald in de late herfst van 1943 door het schrift van een hand in een ver
land.
God moet vast de allerbeste verteller zijn. Hij
weet in elk geval hoe hij de aandacht van de lezer moet vasthouden. Niemand
heeft ooit het Oude Testament uit verveling neergelegd, maar wel moet men de
ogen en de ziel af en toe laten rusten van de vreugde die men voelt als men
probeert de verschillende wendingen, intriges en tegen-intriges te volgen
doorheen de geschiedenis van Gods openbaring van zichzelf aan het uitverkoren
volk. Doorheen het geheel houdt Hij de aandacht van de lezers vast zoals Hij
ook de aandacht van de Israëlieten vasthield door een perfecte tactiek te
gebruiken - een belofte. Hij beloofde hen een Verlosser. En Hij hield hun
aandacht eeuwenlang vast tot Hij die belofte vervulde. Het was echter dan dat
de afgejakkerden, aan wie Hij de belofte had toevertrouwd, de andere kant uit
keken. En de schat van God ging naar elders.
Elke leraar weet dat de meest effectieve manier
om de aandacht van een stout kind te trekken, hem iets te beloven is. Aan de
cynische, verwende en arrogante mensen van de twintigste eeuw heeft God iets
gegeven om hun aandacht jaar in, jaar uit, decennia lang vast te houden. Hij
gaf hen een geheim. Niet "aan" de wereld als een geheel, maar "voor" de
katholieke gelovigen in de wereld als een geheel. Door middel van Zijn Moeder
in Fatima, vertrouwde Hij dat geheim aan drie ongeletterde boerenkinderen toe:
Jacinta Marto van zeven, haar negenjarige broer Francisco, en hun nichtje Lucia
dos Santos, amper tien.
Een roeping van God kan het hart van een kind
lang vóór de adolescentie vervullen. God wordt niet weerhouden
door een gebrek aan geloof bij kinderen. Hij weet wat hun toekomst inhoudt. God
kent de Zijnen, weet dat herders in Bethlehem niet zouden aarzelen een grot
binnen te gaan, weet ook dat de kleine zienertjes van Fatima, Jacinta en
Francisco, de rest van hun korte levens zouden doorbrengen in een grote liefde
voor Hem. En Hij weet ook dat Lucia, de laatst overgebleven Fatima ziener, heel
haar lange leven gehoorzaam aan Hem en Zijn Moeder zou blijven.
In de lente van 1917 was heel Portugal opgetogen
te horen dat drie onbekende kinderen blijkbaar de Maagd Maria hadden gezien in
een weide ten noorden van Fatima, op de 13e mei. Ze beloofde hen daar elke
maand op dezelfde dag te ontmoeten tot de maand oktober3. Er zouden
in totaal zes ontmoetingen plaatshebben. Enkel de drie kinderen waren aanwezig
tijdens de eerste, 70.000 mannen, vrouwen en kinderen uit alle lagen van de
bevolking en van overal uit Portugal tijdens de laatste. Wat er tussen de twee
plaatsvond was het rijkste drama uit de tweeduizend jaar oude geschiedenis van
het katholicisme.
De Heilige Maagd vertelde de kinderen dat God
erg beledigd was door de zonden van de mens en vroeg of zij vrijwillig offers
wilden brengen om Hem te troosten en om zondaars te bekeren. Er werd hen
beloofd dat ze naar de Hemel zouden gaan. (Jacinta en Francisco zouden binnen
de drie jaar sterven, Lucia, de oudste zou voor de rest van de eeuw blijven
leven.) Zes maanden lang weerstonden de drie verachting, dreigementen van de
politie, geestelijke martelingen door de autoriteiten, woede van hun eigen
families en de verstikkende vleierij van de verrukte toeschouwers. Door hun
trouw aan hun uitverkiezing en de hulp van O.L.Vrouw overleefden ze dit alles.
Ze werden ook geholpen door de twee meest bekende ingrediënten van het
hele fenomeen — er werd hen een groot mirakel beloofd in oktober en een geheim
verteld in drie delen.4
Doorheen de decennia, volgens de wil van de
Hemel, zijn de eerste twee delen van het geheim bekend gemaakt door Lucia dos
Santos, in opdracht van haar bisschop nadat ze het religieuze leven is
binnengetreden5. Het eerste deel van het geheim bestond uit een
visioen van de vervloekten die voor eeuwig in de hel branden, het lot dat velen
wacht als de mens niet ophoudt God te beledigen6. Het tweede deel
zei dat wanneer de mens zijn beledigingen ten aanzien van God en Zijn Wet niet
zou stoppen, een ergere oorlog (de Tweede Wereldoorlog) zou uitbreken tijdens
het bewind van Pius XI en de wereld gestraft zou blijven worden door oorlog,
honger, vervolging van de Kerk en vervolging van de Heilige Vader. De Maagd zei
dat Ze zou terugkeren om de toewijding van 'Rusland' door de Paus en de
bisschoppen te vragen om te voorkomen dat Rusland "haar fouten doorheen de hele
wereld" zou verspreiden7. Het derde deel van het geheim, dat nog
altijd onthuld moet worden, werd door Zuster Lucia in vierentwintig lijnen
neergeschreven op een blad papier8. Het is sinds 19579 in
het bezit van de Paus en heeft menig katholiek gefascineerd en de vraag doen
stellen naar de toekomst van deze eeuw.
Wat het beloofde mirakel voor oktober betreft,
wie ging er enige aandacht schenken aan een wilde voorspelling van juli door
drie boerenkinderen ? Ze konden niet lezen, konden niet schrijven, hadden geen
enkele notie van sociale omgangsvormen en leken zelfs ronduit achterlijk als je
ze wat beter bekeek.
Het was al te belachelijk! Ze voorspelden zelfs
de dag waarop het zou gebeuren, 13 oktober, en de tijd, op de middag10, hetzelfde
uur waarop de H.Maagd hen sinds mei maandelijks zou bezoeken. Wie kon er zulke
nonsens geloven ?
Zeventigduizend mensen geloofden hen wel. Op 13
oktober 1917, om 12 uur 's middags stonden ongeveer evenveel
mensen als er in Jeruzalem woonden op de dag dat Christus met Zijn vinger in
het stof schreef, tot hun enkels in de modder in de weide ten noorden van
Fatima, in een regenbui die al heel de nacht had geduurd.11
"Kijk naar de zon," riep Lucia uit volgens de
aanwijzingen van Haar die zich juist had onthuld als O.L.Vrouw van de
rozenkrans.
De regen hield op, de wolken verdwenen, de zon
verscheen zilverachtig en was even gemakkelijk te bekijken als de maan. De zon
begon kleurige stralen te verspreiden die weerkaatst werden door de aarde en op
de naar de hemel starende gezichten. Zoiets had men niet meer gezien sinds de
schepping. Tot de verbazing van de duizenden die geboeid toekeken, begon ze te
draaien. Plotseling scheurde ze zich los uit de hemel en viel zigzaggend naar
het aardoppervlak, een grote bal van vurige hitte die de verschrikte
toeschouwers dreigde te verschroeien tot het stof waaruit ze waren
voortgekomen.
Toen de angst het grootst was, stopte de zon,
juist boven de massa, en bleef er een tijdje hangen terwijl de grote slinger
van de tijd stopte. Toen herbegon de tijd en de zon steeg op, weg van de
duizenden, terug naar de hemel. In enkele momenten zag ze er weer uit zoals ze
dat gedaan had sinds de schepping en kon niemand er naar blijven
kijken.12
De zeventigduizend mensen waren
droog, hun kleren, haren, schoenen, paraplu's en de aarde, allen
zo droog13 als het stof op de vloer van de tempel waarin Christus had geschreven
voor Hij de vrouw wegstuurde met de woorden: "ook Ik veroordeel je niet." Die
oktoberdag in 1917 ging de massa naar huis met vreugdevolle harten die vervuld
waren van een nooit eerder vertoond aandenken aan de vergevingsgezindheid van
God. Wat een mens moet doen om die vergiffenis te verdienen, dat is het waar in
Fatima allemaal om draait.
Toen de twee eerste kinderen stierven, bleef
alleen Lucia dos Santos over als bewaarder van het geheim. In de ziel van dit
boerenmeisje kreeg het geheim de kans om buiten het bereik van het kwaad te
blijven tot de tijd rijp zou zijn voor haar onthulling.
In 1941 hadden de schouders van Lucia al 24 jaar
haar Fatima-mandaat getorst. Die zo-mer werd ze verplicht neer te pennen wat we
nu kennen als haar derde herinneringen.14
In deze herinneringen onthulde ze voor de eerste
keer dat het grote geheim van Fatima in drie delen verdeeld was. Ze gaf nu ook
de inhoud van de eerste twee prijs.15
Omdat Lucia dos Santos tijdens het schrijven van
haar derde herinneringen en het onthullen van de eerste twee delen van het
geheim tegen juni 1943 de hele zes maanden van 1917 moest herbeleven, kreeg ze
bronchitis die tot een ernstige pleuritis leidde16. In september
drukte haar bisschop, da Silva van Leiria, uit schrik dat de zieneres het derde
deel van het geheim mee zou nemen naar de eeuwigheid, de wens uit dat zij ook
dit derde deel zou neerschrijven.17
Zij legde haar bisschop uit dat ze in zon
belangrijke kwestie liever een bevel afwachtte.
Uiteindelijk gaf Bisschop da Silva haar in
oktober 1943 het schriftelijke bevel dat zij hem gevraagd had.18
Toch kon ze zijn bevel nog niet uitvoeren.
Gedurende drie maanden voelde ze "een
mysterieuze en vreselijke angst". Ze vertelde dat ze zich telkens wanneer ze
aan haar schrijftafel plaatsnam en haar pen ter hand nam om het geheim op te
schrijven, "verhinderd voelde om het werkelijk te doen."
Ze schreef naar haar leidsman dat ze "ondanks
het feit dat ze het verscheidene keren geprobeerd had, niet in staat was te
schrijven wat men haar had bevolen, en dat dit fenomeen niet veroorzaakt werd
door een natuurlijke oorzaak."19
Het jaar 1943 eindigde. De dag na nieuwjaarsdag
1944, verscheen O.L.Vrouw aan Lucia in het ziekenhuis van Tuy. Ze bevestigde
erna dat het "inderdaad de wil van God was en dat O.L.Vrouw haar het licht en
de kracht gegeven had om te doen wat haar gevraagd was.20"
In de kapel van Tuy, dezelfde plaats waar ze op
13 juni 1929 een visioen van de Heilige Drievuldigheid had gehad, schreef Lucia
het grote geheim van Fatima neer, dat haar op een dag in juli 1917, verteld
was. Een dag waarop getuigen de zon zo bleek zagen worden dat men de sterren 's
middags kon zien. Een geheim zo levensbelangrijk dat zelfs de sterren ernaar
komen luisteren waren. 21
| Noot: |
de lezer die eerst meer informatie over Fatima wil
vooraleer verder te gaan met dit boek over de Priester van Fatima, kan hiervoor
appendix I raadplegen. |
|