|
Hoofdstuk 12
Het
incardinatiespel
In zijn openingstoespraak van het Tweede
Vaticaans Concilie kondigde Paus Johannes XXIII aan dat met de komst van het
Concilie de Kerk zou stoppen Haar traditionele remedie tegen ketterij, de
banvloek, uit te spreken, omdat Zij vandaag verkiest gebruik te maken van het
medicijn van de genade, eerder dan van de wapens van strengheid."
151Vanaf nu zou de Kerk haar doctrines alleen maar uitleggen
in een vriendelijke conversatie met de wereld, om zo "de waarde van Haar leer
aan te tonen in plaats van ... veroordelingen uit te spreken."
Deze nieuwe benadering van fouten kon gezien
worden als een impliciete kritiek op de 259 voorgangers van Paus Johannes op de
Stoel van Petrus. In ieder geval legde Zijne Heiligheid niet uit in zijn
toespraak zonder voorgaande hoe het een daad van genade kon zijn om te
vermijden fouten te veroordelen die zielen in de eeuwige hel zouden
terechtbrengen.
Zo begon officieel het verbazingwekkende proces
waardoor de Heilige katholieke Kerk bijna op een nacht bekeerd zou worden van
een ondoordringbare burcht tegen dwalingen tot een hospitaal voor de doctrinair
zieken, die al gauw in rijen zouden staan aanschuiven voor hun dagelijkse dosis
van het nieuwe medicijn van genade, dat verstrekt wordt ingepakt in een snoepje
van "dialoog".
Een paar jaar na het beëindigen van het
Concilie zou de Kerk haar "wapens van strengheid" neerleggen: de lijst van
verboden boeken werd afgeschaft, samen met de eed tegen modernisme die door
Paus Pius X was voorgeschreven. Verdwenen waren de waakzaamheidsraden die op
bevel van die heilige Paus in elk bisdom waren opgericht zoals hij in zijn
monumentale encycliek tegen de modernisten, Pascendi, voorschreef.
Sterker en stoutmoediger geworden door de
amnestie van Paus Johannes, zouden de hooggeplaatste ketters die verbannen
waren uit seminaries en kanselarijen door Pius Xs Pascendi in
triomf terugkeren, zoals verloren zonen die geen berouw toonden.
Sommigen waren zelfs al teruggekeerd in hun nieuwe statuut van periti -
experts! - in Vaticaan II. De ketterijen of bijna-ketterijen van gisteren
zouden de "theologische problemen" van vandaag worden, terwijl de duidelijke
voorstellingen van het verleden vlug zouden ontaarden in het eindeloos
gepalaver van die modernisten over wie de H.Pius X in Pascendi had
geschreven:
"Ze bogen hun hoofden voor een moment, maar
hieven ze snel, en arroganter dan ooit, weer op."152
Deze keer zou echter het hoofd van het
modernisme weer opgeheven worden met de officiële toestemming van veel van
de hoogste autoriteiten in de Kerk.
Het herlevende modernisme dat er het resultaat
van was, en door Pius X nog veroordeeld werd als "de synthese van alle
ketterijen", zou de revolte van Hendrik VIII doen verbleken tot een katholieke
restauratie, aangezien de eeuwenoude liturgie, de opleiding van priesters en de
catechese van de Kerk terzijde geschoven werden door een neo-modernistisch
debâcle van onvoorstelbare grootte. De tolerantie tegenover dwalingen zou
snel leiden tot de vervolging van de Waarheid door die neo-modernisten die
invloed verwierven in de hiërarchie. Het strikt opvolgen van de Traditie
zou de enige veroordeelde doctrine worden.
Ja, de basis van het geloof zou doorheen dit
alles intact blijven, zoals de Heer beloofd had; maar enkel een zeer
nauwgezette traditiegetrouwe student zou ertoe in staat zijn ze te vinden te
midden de regerende wanorde. Voor de rest van de gelovigen bleef er alleen het
gegeven over van de dagelijkse ervaring, in het licht waarvan het moeilijk zou
blijken om de thesis dat de katholieke Kerk in substantiële zaken
veranderd was, te weerleggen aan de gemiddelde katholiek op de bank. Niemand
minder dan Kardinaal Ratzinger zelf zou jaren later verplicht zijn toe te geven
dat het verlies van geloofwaardigheid het voor velen onmogelijk maakte om het
geloof te vinden.
"Maar als in de liturgie noch de
geloofsgemeenschap, noch de universele eenheid van de Kerk en haar
geschiedenis, noch het mysterie van de levende Christus nog voorkomen, waar is
het dan nog dat de Kerk nog in haar spirituele substantie verschijnt
?"153
Hoe zou het mogelijk zijn Pater Gruner het
zwijgen op te leggen in een Kerk die niet langer wenst te veroordelen, maar
zich enkel wilt uitleggen aan de wereld ? Dat hij moest zwijgen stond al lang
vast; zijn leer en preken van de onverdunde boodschap van Fatima irriteerde
reeds te lang de uitvoerders van de ostpolitik en het nieuwe oecumenisme in het
Vaticaan.
De milde priester uit Canada verpeste het
globale feest door steeds maar weer in zijn hinderlijk tijdschrift aan te
stippen dat de Paus niet de mascotte van een Nieuwe Wereldorde van oecumenische
broederschap was, maar de plaatsvervanger van Christus, gemachtigd door de
Almachtige God om het Koningschap van Christus door het Rijk van Maria te doen
ontstaan, en daardoor het einde van alle ketterij te verwezenlijken door
de middelen die Zij had onthuld in Fatima:
"Uiteindelijk zal mijn Onbevlekt Hart
triomferen. De Heilige Vader zal Rusland aan Mij toewijden. Rusland zal bekeerd
worden en een periode van wereldvrede zal de mensheid toegestaan worden ... Als
Mijn verzoeken ingewilligd worden zullen vele zielen gered worden en zal er
vrede zijn."
Zon verouderd triomfalisme was een doorn
in het oog van het nieuwe post-conciliaire landschap van religieuze vrijheid en
wereld oecumenisme. Wie kon er nog serieus spreken over het Koningschap van
Christus en het Rijk van Maria in een tijd waarin het Vaticaan kardinalen
uitstuurde om de gala-opening van de eerste moskee in Rome bij te wonen
?154
Maar op welke basis kon men deze
bemoeizieke priester doen zwijgen ? Na bijna 20 jaar van apostolisch werk, had
geen enkele kerkelijke autoriteit zelfs nog maar gesuggereerd dat Pater Gruner
iets geloofde of preekte dat in tegenstelling stond tot het geloof en de
moraal, laat staan dat hij schuldig was geweest aan immoraliteiten. Het was
zeker geen misdrijf in het kerkelijk recht om te doen wat de katholieken altijd
al gedaan hadden en te geloven wat ze altijd al geloofd hadden. Wat het
apostolaat betreft, bestond er geen twijfel over dat onder de Codex van het
kerkelijk recht van 1983, goedgekeurd door Paus Johannes Paulus II zelf, haar
activiteiten volledig toegelaten waren, en zelfs aangemoedigd werden. Het
apostolaat had geen enkele officiële "kerkelijke toestemming" nodig die nu
handig ingetrokken kon worden.155
Bovendien zou elke poging om Pater Gruner en
zijn Maria apostolaat het zwijgen op te leggen omwille van doctrinaire redenen
de bureaucraten belachelijk maken - ze zouden hun bella figura
verliezen, nu dat de Kerk grondig besmet was met openlijk ketterse priesters en
leken en hun talloze anderslerende verenigingen, allemaal straffeloos aan het
werk onder dezelfde Codex van het kerkelijk recht. Wat erger is, ze zouden iets
moeten bewijzen in een procedure volgens het kerkelijk recht, met
getuigen en documenten, met recht op verdediging voor Pater Gruner.
Neen, dat zou niet volstaan. Toch leek er een
schijnbaar onweerlegbare strategie ter beschikking van de bureaucraten te
staan. Ze zouden deze kans grijpen: ze zouden de zogenaamde "administratieve
wet" van de Kerk inroepen. Deze regelt het statuut van priesters door
"buitengewone" administratieve "besluiten" van bisschoppen in verband met de
woonplaats van priesters, welke taken hij mag uitoefenen in een bepaald bisdom,
en welke "kerkelijke zending" hem wordt toegewezen. In Pater Gruners geval zou
de uitbarstende administratieve strijd rond een woord draaien:
incardinatie.
Canon 265 van de Codex van het kerkelijk recht
uit 1983 voorziet dat:
"Elke geestelijke geïncardineerd
moet zijn in een bepaalde Kerk [de post-Vaticaan II term voor bisdom] ... niet
verbonden geestelijken mogen onder geen enkele omstandigheid toegelaten
worden."
"Incardinatie" is een woord dat afgeleid is van
het Latijn en letterlijk betekent: aan iets vastgehaakt of bevestigd zijn.
Zoals het kerkelijk recht zegt, iedere priester moet "vastgehaakt" zijn aan een
bisschop opdat er geen losse of "vagus" priesters in de Kerk zouden zijn.
Pater Gruner was natuurlijk nooit een "vagus"
geweest. Zoals vele andere priesters in de huidige Kerk was hem de toestemming
gegeven om buiten het bisdom van zijn incardinatie te leven en werken. In feite
werd deze toestemming hem verleend onder de vorm van een bindend, schriftelijk
decreet, getekend en verzegeld door de bisschop van Avellino. Zijn diensten
waren niet vereist in het bisdom Avellino, waar hij geen parochiale opdracht of
andere kerkelijke missie kon uitvoeren omdat hij de moeilijke lokale dialect
niet sprak. Op die manier leidde Pater Gruner sinds 1978 het apostolaat in
Canada met de schriftelijke toestemming om buiten het bisdom Avellino te
verblijven. De toelating bleef met opzet zolang geldig totdat een nieuwe
bisschop hem uitnodigde naar zijn bidom over te komen. Ten minste drie
bisschoppen zouden zon uitnodiging verstrekken aan Pater Gruner, maar
enkele Vaticaanse bureaucraten zouden die drie bisschoppen van goede wil niet
in hun weg laten staan.
Voor Pater Gruner was een heel gewone en
volledig legale overeenkomst met zijn bisschop zijn achillespees geworden.
Het Plan om dit uit te buiten was vrij simpel: eerst zou men Pater
Gruner bevelen om een andere bisschop te zoeken die hem wil incardineren; dan
zouden de bureaucraten alle uitnodigingen van andere bisschoppen uit andere
bisdommen blokkeren; dan zouden ze ervoor zorgen dat de bisschop van Avellino
zijn toestemming om buiten het bisdom te leven, introk en Pater Gruner bevelen
om terug te keren naar Avellino, omwille van het feit dat hij geen andere
bisschop gevonden heeft.
Als Pater Gruner zich niet zou neerleggen bij de
verbanning naar een vreemd bisdom, zou hij onderworpen worden aan de ultieme
straffen: schorsing uit het priesterschap, gevolgd door uitwijzing naar de
wereldlijke maatschappij156 - straffen waardoor zelfs gekke,
ketterse priesters niet bedreigd worden in de huidige Kerk. De vernietiging van
Pater Gruner kon zo volledig uitgevoerd worden in het rijk van
"administratieve" decreten, zonder het minste bewijs van enige overtreding
tegen het geloof of de moraal of enige mogelijkheid voor Pater Gruner om een
verdediging voor te bereiden. Om zeker te spelen zou Het Plan de
medewerking van de bisschop van Avellino vereisen, wiens zeggenschap over een
priester van zijn eigen bisdom niet simpelweg opgeslorpt kon worden door het
Vaticaan. Geen probleem: door het aanwenden van druk van bovenaf zou de
bisschop snel toegeven en zich slap als een marionet te houden en de
bureaucraten aan zijn touwtjes laten trekken. En hoewel zelfs een
"administratief decreet" gegrond moet zijn en de natuurlijke rechten van de
priester moet beschermen, zou er niemand over de schouders van de bureaucraten
mee kijken om zich ervan te verzekeren dat zij juist handelden.
In feite had de eerste poging om Het Plan
uit te voeren al plaatsgegrepen in mei 1989, toen Pater Gruner een brief
ontving van de bisschop van Avellino, waarin die hem waarschuwde voor de
"bezorgde signalen" die hij had opgevangen van het Vaticaan, de
Staatssecretaris en de Congregatie van de Geestelijken157. Ook toen
werd de bisschop al van op afstand gestuurd door de "signalen" van de
bureaucraten van het Vaticaan. Signalen die op geheime golflengten werden
uitgezonden en die Pater Gruner nooit zou kunnen opvangen. Kardinaal Innocenti
zou snel iets dergelijks toegeven in zijn buitengewone "interventie" van juli
1989, waarin hij verwees naar het geheime "geval" van Gruner, dat "de Heilige
Stoel serieuze zorgen baart." (Zie Hoofdstuk 9)
Tegen november 1989 had de bisschop de "bezorgde
signalen" beantwoord door Pater Gruner in uit het Italiaans slecht vertaald
Engels te schrijven: "Beslis ondertussen wat je gaat doen: of je haakt je vast
(d.w.z. laat je incardineren) of je komt terug naar Avellino."158
Maar de bisschop leek niet helemaal achter Het Plan te staan; hij kon er
zichzelf niet toe brengen de onrechtvaardige executie van zijn eigen priester
uit te voeren.
In daaropvolgende ontmoetingen en
correspondentie met Pater Gruner en zijn vriend Pater Paul Kramer, bevestigde
de bisschop herhaaldelijk Pater Gruners recht om buiten het bisdom te
verblijven terwijl hij een andere bisschop zocht.159 Tijdens een van
deze ontmoetingen verklaarde de bisschop, juist voor hij een steak bakte voor
zijn gasten uit Canada: "Pater Gruner, jou te schorsen zou een doodzonde zijn.
Maar als het Vaticaan het me beveelt, zal ik het doen." 160
Zover kwam het niet. In februari 1993 werd een
nieuwe bisschop aangesteld in het bisdom van Avellino. Dit was pas een
man die graag de marionet zou spelen. Dit werd bijna ogenblikkelijk duidelijk:
in juli 1993 ontving Pater Gruner een geschreven uitnodiging voor incardinatie
van de bisschop van het bisdom van Simla-Chandigarh, Indië, die maar al te
graag Pater Gruner en het apostolaat in zijn bisdom wou
sponsoren.161 Elke objectieve waarnemer zou denken dat Pater Gruners
administratief probleem hiermee voorbij was: er was hem bevolen een andere
bisschop te vinden, dus had hij er een gevonden. Arrivederci
Avellino.
Maar de nieuwe bisschop van Avellino nam prompt
de maatregel zonder precedent van het aanbod van incardinatie door te geven aan
de Congregatie van de Geestelijken. Hij wachtte verschillende maanden vooraleer
hij Pater Gruner verwittigde dat "het verzoek om incardinatie werd doorgegeven
aan de Congregatie en voorlopig verkeer ik in een toestand waarin ik niet kan
handelen. Ik wacht de instructies van Monseigneur Sepe af [de Secretaris van de
Congregatie van de Geestelijken]."162
Met andere woorden, de nieuwe bisschop had zijn
zeggenschap over een priester gewoonweg overgedragen aan een Secretaris van het
Vaticaan die nu over Pater Gruner zou beslissen buiten de gewone kanalen van
het kerkelijk recht.163 Terwijl Pater Gruner maanden wachtte op
nieuws van de bisschop van Avellino, werd de bisschop van Simla-Chandigarh in
zijn afgezonderd bisdom door de bureaucraten van het Vaticaan
"geïnformeerd" over de "situatie" van Pater Gruner en het aanbod van
incardinatie werd ingetrokken. Het Plan werkte gesmeerd.
Op 31 januari 1994 vaardigde de bisschop van
Avellino, helemaal volgens Plan, een "administratief decreet" uit,
waarin hij Pater Gruner beval terug te keren naar het bisdom van Avellino
binnen 30 dagen, na een goedgekeurde afwezigheid van meer dan zestien
jaar164. Er werd blijkbaar van Pater Gruner verwacht dat hij
zijn levenswerk zou opgeven, zijn verblijfplaats zou sluiten en zijn
persoonlijke zaken in wanorde zou achterlaten om onmiddellijk levenslange
ballingschap in een vreemd bisdom binnen te gaan, een bisdom dat hem nooit
gesteund had en zijn diensten niet had nodig gehad sinds 1976.
De voorgewende oorzaak van het decreet was
natuurlijk Pater Gruners georkestreerde "falen" in het vinden van een ander
bisdom voor incardinatie. Maar Pater Gruner had de bisschop van Avellino
slechts 18 dagen eerder ontmoet om, onder andere, het aanbod van incardinatie
van het bisdom van Simla-Chandigarh te bespreken. De bisschop gaf toen
toe dat het aanbod geblokkeerd was door de bureaucraten. Hoe kon de
bisschop dan enkele dagen later bewust een decreet uitvaardigen dat er van
uitging dat Pater Gruner zelf "er niet in geslaagd" was een ander bisdom dat
hem wou opnemen, te vinden ?
De bisschop leek in te zien dat hij zowel een
vijgeblad nodig had om zijn gruwelijke oplichting te bedekken, als een excuus
voor de kerkelijke "waarschuwing" die zijn decreet van 31 januari bevatte.
Daarom refereerde hij ook aan niet specifieke "klachten" tegen Pater Gruner.
Toch had de bisschop tijdens de ontmoeting van 18 dagen geleden toegegeven dat
er geen klachten tegen Pater Gruner waren in zijn dossiers, dat Pater
Gruner zeker een goed priester was en dat hij alleen geleid werd door druk
vanuit het Vaticaan165. Hoe kon de bisschop dan nu bewust een
decreet uitvaardigen dat er van uitging dat er "klachten" tegen Pater Gruner
bestonden ?
En waar waren de bewijzen van deze "klachten" ?
Het decreet vernoemde niets behalve een anonieme brief uit 1978 over een niet
gespecificeerde klacht, niet van iemand met kerkelijke autoriteit, maar
van iemand binnen het apostolaat zelf. De anonieme klacht beweerde blijkbaar
dat Pater Gruner het apostolaat op een of andere manier schade toegebracht had.
Schade toegebracht ? Sinds 1978 was het apostolaat onder leiding van Pater
Gruner 50 keer zo groot geworden, van een kleine groep van een paar leken
groeide het uit tot een van de grootste Fatima-apostolaten in de wereld.
Gedurende die 16 jaar had het apostolaat
verschillende miljoenen boeken, magazines, pamfletten en verhandelingen over de
boodschap van Fatima geproduceerd en verdeeld, had het duizenden uren
uitgezonden op radio en televisie in Noord-Amerika, had het meer dan 20
mailings naar elke bisschop in de wereld gestuurd, waaronder 6 boeken, en had
het een conferentie georganiseerd in Vaticaanstad zelf, en nog een
andere conferentie in Fatima waarop het hele episcopaat van de wereld was
uitgenodigd. Uit al deze jaren van leren en preken, uit het hele levenswerk van
Pater Nicholas Gruner, kon de huidige bisschop van Avellino alleen maar een
zestien jaar oude anonieme brief die niet-specifieke beschuldigingen
bevatte, opdissen als "grond" voor het terugroepen naar Avellino!
Dit gebrek aan bewijs was een bron van schaamte
voor Het Plan. Pater Gruner had het apostolaat de voorbije 16 jaar
geleid zonder de minste tegenwerking van drie opeenvolgende bisschoppen van
Avellino. Blijkbaar had Het Plan geen verjaringstermijn!
Het was duidelijk dat er heftig aan de touwtjes
van de marionet getrokken werd, want Het Plan moest afgewerkt worden, en
wel vlug ook. Aangezien het resultaat vaststond, deed de kwaliteit van de
bewijzen er amper toe - om het even wat volstond, zelfs een zestien jaar oude
klacht over niets specifieks. Vreemd genoeg zouden de bureaucraten bij het
uitwerken van Het Plan nooit verwijzen naar Pater Gruners leer en preken
over de boodschap van Fatima. Het was alsof ze doodsbang waren het ware doel
van hun daden te onthullen.
Er bleven toch nog enkele hindernissen voor de
vernietiging van Pater Gruner en zijn werk over: er waren nog andere
bisschoppen die hem in hun bisdom wilden opnemen. Op 29 may 1994 bood de
bisschop van het bisdom van Anapolis, Brazilië, Pater Gruner incardinatie
in zijn bisdom aan vanaf 16 juli 1994.166
Op zijn hoede voor de vijandigheid van de
bureaucraten, waarschuwde de bisschop dat het aanbod van de incardinatie
vertrouwelijk moest blijven tot de aanvangsdatum. Maar het was niet
vertrouwelijk genoeg. De bureaucraten namen snel contact met hem op om hem te
"adviseren" in verband met Pater Gruners "geval". Nadat hij dit "advies"
ontvangen had trok de bisschop zijn aanbod zonder verder commentaar snel terug.
Hij zei tegen Pater Gruner dat hij de "beslissingen van de Congregatie" moest
aanvaarden. Beslissingen ? Welke beslissingen ?
Zoals Kardinaal Innocenti duidelijk had gemaakt
in zijn interventie van 1989, was er een heel nieuwe kerkelijke procedure
ontwikkeld speciaal voor Pater Gruner: een geheim "geval" in de Congregatie
voor de Geestelijken dat culmineerde in geheime "beslissingen" die zijn
incardinatie door bisschoppen van goede wil die hem anders graag genoeg in hun
bisdom zouden opnemen, tegenhield.
De Codex van 1983 in het kerkelijk recht
garandeert specifiek het recht van een priester om te verhuizen naar een
ander bisdom als hij een bisschop zou vinden die zijn priesterlijke diensten
beter kon gebruiken. Men zou Pater Gruner echter geen glimp gunnen van de
geheime procedures die hem dit recht zonder het gebruikelijke proces zouden
afnemen. Geen enkele kerkelijke wet zou de uitvoering van Het Plan in de
weg staan.
Ondertussen had Pater Gruner kerkelijk beroep
aangetekend tegen het bevel van de bisschop van Avellino om terug te keren.
Het Plan had echter rekening gehouden met deze mogelijkheid, want het
beroep zou in de Congregatie van de Geestelijken besproken moeten worden, waar
de rechters niemand anders zouden zijn dan twee van de bureaucraten die Het Plan mee georganiseerd hadden, Kardinaal Sanchez en Aartsbisschop Sepe.
Het waren zij, natuurlijk, die "verklaringen"
hadden uitgevaardigd in de media van het Vaticaan, die de hele Kerk aanzetten
de conferentie van het apostolaat in Fatima te negeren. Daardoor vernietigden
ze effectief Pater Gruner zonder zelfs maar een schijn van een kerkelijk
proces. Op hetzelfde moment organiseerden ketterse verenigingen natuurlijk ook
conferenties en stuurden zij ook pamfletten de wereld rond zonder de minste
weerstand van de Congregatie van de Geestelijken.
Je moet geen profeet zijn om te kunnen
voorspellen dat dezelfde twee ook het bevel om terug te keren naar Avellino
gegrond zouden verklaren. In een oppervlakkig decreet dat uitgevaardigd werd
slechts een paar dagen nadat Pater Gruners beroep werd aangetekend, verklaarden
ze dat de bisschop van Avellino correct had gehandeld door Pater Gruner te
bevelen terug te keren - uiteindelijk was hij er niet in geslaagd een andere
bisschop te vinden, nietwaar ? Daar hadden zij voor gezorgd. Op die
manier werden de wonderen van de "administratieve wetgeving" in het Vaticaan
tentoongespreid: bureaucraten die de beschuldigde publiekelijk veroordeelden
zonder grond of proces, kregen nu ook nog eens de kans als rechters te
beslissen over een beroep tegen hun eigen daden.
Op 7 juni 1994 tekende Pater Gruner verder
beroep aan bij de Apostolische Signatura, het hoogste hof in de katholieke Kerk
buiten de Paus zelf. Hier zou het incardinatiespel verder gaan, aangezien de
Prefect van Signatura, kardinaal Agustoni, een decreet zou uitvaardigen dat
wemelde van de feitelijke en wettelijke fouten en dat pijnlijk ver uitgetrokken
werd om het gewenste resultaat te bereiken: de permanente verbanning van Pater
Nicholas Gruner naar een plaats waar hij, hopelijk, nooit meer iets van zich
zou laten horen.
Meer dan twee jaren zouden voorbijgaan eer Pater
Gruner een officiële kopie van het decreet kreeg - hij was letterlijk de
laatste die op de hoogte gebracht werd. Ondertussen zou de voorzienige
ontdekking van een zogenaamde "rokende revolver" Het Plan uiteindelijk
aan het daglicht brengen. Het kerkelijke proces van beroep zou nu nog complexer
worden, terwijl het incardinatiespel zijn ontknoping naderde. Maar dit is
voorbarig. Een paar maanden na Pater Gruners aantekening van beroep bij de
Signatura, zou er weer een Fatima conferentie plaatshebben: in Mexico City in
november 1994. Wat zouden de bureaucraten doen aan een tweede bijeenkomst van
bisschoppen waar gediscussieerd werd over de "verboden" boodschap van Fatima ?
|