Fatima Priest

Appendix VII

Weergegeven met de toelating van de auteurs.

Een kerkelijke petitie aan Zijne Heiligheid Johannes Paulus II

Feest van de H. Michael, 29 september 1996

Zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II,
Vaticaanstad,

Uwe Heiligheid:

Gevolg gevend aan canon. 1501 en volgende, verzoeken wij, Coralie Graham, Mairead Clarke en Mary Sedore, Uwe Heiligheid hierbij om voldoening naar aanleiding van de klachten over de onrechtmatige daden beschreven in de bijgevoegde formele Petitie, tegen José Kardinaal Sanchez, Aartsbisschop Creszenzio Sepe en hun medewerkers.

Zoals volledig uitgelegd werd in de Petitie, volgens Canon. 1405 (1), 2, 3, is Uwe Heiligheid de enige rechter die volgens de wet bevoegd is over deze zaak te oordelen, aangezien kardinalen en, in strafrechterlijke zaken, bisschoppen, alleen door de Paus zelf kunnen veroordeeld worden.

We wenden ons met deze Petitie tot Uwe Heiligheid als individuele gelovigen en als directeuren, leden, werknemers of medewerkers van het Nationaal Comité voor de Nationale Pelgrimerende Maagd van Canada en de Dienaars van Jezus en Maria, Inc., leken apostolaten voor de verspreiding van en de devotie aan de Heilige Maagd Maria en Haar boodschap in Fatima. We handelen volgens een officiële interpretatie van de codex van het kerkelijk recht van 1983, goedgekeurd door Uwe Heiligheid, waarin staat dat leden van een lekenapostolaat dat geen juridische entiteit is of zelfs niet formeel door de Kerk erkend werd, niettemin individueel of als groep hun toevlucht mogen nemen tot de hiërarchie. [AAS 80 (1988) 1818]

De Petitie verhaalt het jarenlange systematisch misbruik van kerkelijke macht en autoriteit door de beklaagden. Ze handelden volledig buiten de gepaste kanalen van de kerkelijke procedures om voor de hele Kerk ons apostolaat te verbieden en de leden ervan te belasteren. Gedurende dit hele proces werd ons apostolaat nooit beschuldigd van om het even welk kerkelijk misdrijf, waardoor ons alle mogelijkheden om te reageren op hun daden, buiten deze Petitie aan Uwe Heiligheid, ontnomen werden.

De feiten die in de Petitie uitgelegd worden zijn zeer ernstig, niet alleen omdat ze ons apostolaat schade toebrachten, maar ook omdat ze de Kerk als geheel aantasten door belangrijk apostolisch werk van de gelovigen (de verkondiging van de boodschap van Fatima, die Uwe Heiligheid zelf gepredikt heeft) te proberen te onderdrukken, en omdat de beklaagden de waardigheid en geloofwaardigheid van hun respectievelijke functies hebben aangetast door ze op de beschreven manier te misbruiken.

We verzoeken nederig dat Uwe Heiligheid deze zaak ontvankelijk verklaart, de beklaagden verplicht zich te verantwoorden en de rechtzetting die wij tegen hen vragen, toewijst.

Hoogachtend verblijven wij in Jezus, Maria en Jozef,

Mevr. Coralie Graham    Mevr. Mary Sedore    Mevr. Mairead Clarke

De adressen van de beklaagden:

José Kardinaal Sanchez,
[Residentie]
Via Rusticucci 13, 00193
Rome, Italië


Aartsbisschop Crescenzio Sepe,
[Residentie]
00120 Citta del Vaticano
[Kantoor[
Congregazione Per il Clero,
Palazzo delle Congregazione,
Piazza Pio XII, 3; 00193 Rome

*

Een kerkelijke Petitie (Libellus) aan Zijne Heiligheid Johannes Paulus II

-door-

Coralie Graham, Mairead Clarke en Mary Sedore, e.a.,

in hun individuele hoedanigheid als gelovigen, en als directeuren, leden, werknemers of medewerkers van het Nationale Comité voor de Nationale Pelgrimerende Maagd van Canada en de Dienaars van Jezus en Maria, Inc., leken apostolaten voor de verspreiding van en de devotie aan de Heilige Maagd Maria en Haar boodschap in Fatima

verzoekers

-tegen-

José Kardinaal Sanchez, Monseigneur Crescenzio Sepe, en hun medewerkers in de ongeoorloofde daden waarover geklaagd werd

beklaagden

Volgens Can.
208-223
212
215
221
278
299
1326
1329 #1
1375
1389
1S70 #2
1334 #2
1405 #1,2
1449 #3
1501
1624

Voor de rechtzetting van het misbruik van kerkelijke autoriteit en laster

V. Of een groep gelovigen, zonder juridische entiteit of erkenning zoals in Can. 299 #3, gewettigd haar toevlucht kan nemen tot de hiërarchie...

A. ...bevestigend voor individuele gelovigen, ofwel individueel ofwel als groep, als er een echte klacht is...

Beslissing van de Pontificale Commissie

Voor de Interpretatie van Wetgevende Teksten

-AAS 80 (1988) 1818

*

"De christelijke gelovigen mogen gewettigd de rechten die ze in de Kerk genieten, handhaven en verdedigen voor een volgens de wet bevoegd kerkelijk forum."

-Can. 221

*

"De Roomse Paus alleen heeft het recht te oordelen over...[2.] kardinalen...[3.] en, in strafrechterlijke zaken, bisschoppen."

-Can. 1405 (1) 2,3

Inhoudstafel van deze kerkelijke Petitie

I. Korte samenvatting van deze petitie

II. Het lijden veroorzaakt door de daden van de beklaagden

III. Feiten van deze petitie

IV. Specifiëring van de beschuldigingen

V Kerkelijke gronden voor de petitie

A.

Alleen de Roomse Paus zelf kan deze petitie beoordelen.

1. Deze zaak werd wettelijk geïntroduceerd, dus moet er een oordeel bekend gemaakt worden na een onderzoek door de rechter ex officio

B. De beklaagden zouden strikt gestraft moeten worden voor hun machtsmisbruik
C. De beklaagden zouden strikt gestraft moeten worden, en bevolen worden hun valse en kwaadaardige veroordelingen van ons apostolaat recht te zetten voor hun kerkelijke oversten en de gelovigen
D. De straffen van de beklaagden zouden rekening moeten houden met de schade die zij toebrachten aan hun functies
E. De straffen van de beklaagden, de voornaamste auteurs van de gepleegde misdrijven, zouden ook betrekking moeten hebben op degenen die met hen meegewerkt hebben, zelfs al kunnen die personen nu niet geïdentificeerd worden.

VI. Besluit
VII. Verzoek om hulp
VIII. Bijlages 1-28

Allerheiligste Vader:

Wij richten nederig deze petitie tegen Zijne Eminentie José Kardinaal Sanchez, voormalig Prefect van de Congregatie voor de Geestelijken, en Monseigneur Crescenzio Sepe, de Secretaris van de vernoemde organisatie ("beklaagden"). Volgens het kerkelijk recht kan alleen u, Heiligheid, klachten tegen kardinalen en, in strafrechterlijke gevallen, bisschoppen, beoordelen. [Can.1405]

Deze petitie werd door ons opgesteld aangezien we, als individuele gelovigen, het recht hebben om bij schade die ons apostolaat toegebracht werd door de beklaagden, onze toevlucht te nemen tot de hiërarchie. [Cf. Beslissing van de Pontificale Commissie voor de Interpretatie van Wetgevende Teksten, AAS 80 (1988) 1818, Can 299 #3]

We richten ons met deze petitie ook tot u in overeenstemming met ons Godsgegeven recht een beroep te doen op de Opperherder - een recht dat dogmatisch vastgelegd werd door het Tweede Concilie van Lyon in 1274 en het Eerste Vaticaans Concilie in 1870, en verder gecodificeerd werd in Can.221 van de codex van het kerkelijk recht van 1983 die Uwe Heiligheid heeft uitgevaardigd.

I.

Korte samenvatting van deze petitie

Deze petitie behandelt de onrechtvaardige verklaringen en daden van de beklaagden tegen het apostolaat waar wij ons als actieve christelijke gelovigen al jaren voor inzetten: namelijk het Nationaal Comité voor de Nationale pelgrimerende Maagd van Canada, een Canadese organisatie, en haar Amerikaanse tegenhanger, de Dienaars van Jezus en Maria, Inc., samen algemeen gekend als de Internationale Fatima Rozenkrans Crusade ("het apostolaat").

De verklaringen en daden van de beklaagden, waaronder publieke "verklaringen" zonder enige kerkelijke grond uitgevaardigd in naam van de Congregatie van de Geestelijken, werden uitgedacht om de valse indruk te wekken in de geesten van onze kerkelijke oversten, het wereldepiscopaat, en de gelovigen in het algemeen dat ons apostolaat ongeoorloofd is omdat zijn activiteiten niet "goedgekeurd werden door een kerkelijke autoriteit". De beklaagden zijn er zich nochtans van bewust dat zo’n toestemming helemaal niet vereist wordt in het kerkelijk recht. Integendeel, het kerkelijk recht garandeert ons het recht in het apostolaat te werken als een private vereniging van de gelovigen, opgericht volgens het burgerlijk recht. [Can. 212, 215, 216,299 en in het algemeen, 208-223]

De verklaringen en daden van de beklaagden waren bedoeld om onze kerkelijke oversten, het wereldepiscopaat, en in feite de hele Kerk ertoe aan te zetten ons apostolaat te mijden zonder een rechtvaardige reden en zonder de kerkelijke procedures waar we recht op hebben als trouwe volgelingen van Christus.

II.

Het lijden veroorzaakt door de daden van de beklaagden

Het apostolaat is ons levenswerk en een bron van inkomsten voor vele van haar meer dan honderd werknemers.

Wij, de verzoekers, hebben jarenlang 12 tot 16 uren per dag in het apostolaat gewerkt voor lonen die veel kleiner zijn dan we van een wereldse werkgever zouden ontvangen. Zoals Pater Gruner zelf, hebben wij onze levens aan dit werk gewijd uit liefde voor O.L.Vrouw en in het geloof dat Haar boodschap in Fatima van wereldbelang is voor het welzijn van de zielen in deze tijden van crisis in de Kerk.

De beklaagden hebben de macht en het prestige van hun functie misbruikt in een poging alles te vernietigen waar wij jaren voor hebben gewerkt. Wij zijn natuurlijk bezorgd over het tijdelijk lijden dat zij ons en onze medewerkers in het apostolaat hebben aangedaan. Maar veel meer zijn wij bezorgd over het geestelijk verlies dat ontelbare zielen zouden kunnen lijden, die veel te winnen hadden door een dieper begrip van de boodschap van O.L.Vrouw van Fatima die we zo vurig willen verspreiden. Dan zijn er ook nog de vele medestanders van het apostolaat die hun tijd en geld hebben opgeofferd, die gebeden en gevast hebben voor het slagen van ons werk. We kunnen hun bijdragen niet vergeefs laten zijn.

Niemand van ons heeft de macht van een kardinaal of een aartsbisschop. Wij kunnen geen prestigieuze "verklaringen" of "aankondigingen" in naam van het Vaticaan uitvaardigen om recht te zetten wat er verteld werd in de verklaringen van de beklaagden tegen ons in naam van de Congregatie van de Geestelijken. We kunnen alleen maar aan Uwe Heiligheid vragen om het machtsmisbruik van de beklaagden te verhelpen vooraleer ze nog grotere schade aan ons apostolaat en zij die ervan leven, toebrengen.

Dus verzoeken we met alle respect dat Uwe Heiligheid de beklaagden beveelt om op een gepaste manier hun lastering van ons apostolaat [Ca. 1390 #3] en hun misbruik van kerkelijke macht [Can. 1389] goed te maken.

We verzoeken verder dat de beklaagden en hun medewerkers streng gestraft worden, zoals voorzien in het kerkelijk recht voor hen die hun functie binnen de Kerk misbruiken - niet om ons te wreken, maar om zo’n misbruik van gezag in de toekomst te vermijden, zodat andere gelovigen niet moeten meemaken wat wij door de beklaagden hebben moeten ondergaan.

III.

Feiten van deze petitie

(A) De geschiedenis van het apostolaat

Ons apostolaat werd opgericht als een burgerlijke vereniging in Ottawa, Canada in 1974, onder auspiciën van Zijne Excellentie, de Zeer Eerwaarde Michael Rusnak, toen de hulpbisschop van het Eparchaat van Toronto in de Byzantijnse ritus. (Hij is nu Ordinarius van de Byzantijnse ritus voor de Slowaken in Canada.) De Raad van Bestuur van het apostolaat bestond volledig uit leken tot 1978, toen Pater Gruner lid van de Raad van Bestuur van het apostolaat werd na sinds 1977 als haar Uitvoerend Directeur gefungeerd te hebben. Pater Gruner werd gevraagd in de raad te zetelen, nadat Bisschop Rusnak erop aangedrongen had dat een waardig priester lid moest worden van de raad. De huidige Raad van Bestuur van het apostolaat bestaat uit drie priesters, waaronder Pater Gruner, en twee vrouwelijke leken - verzoekers Coralie Graham en Mary Sedore. Verzoeker Mairead Clarke is een lid van het administratieve personeel van het apostolaat. Sinds 1981 bevat het apostolaat ook Dienaars van Jezus en Maria, Inc., een apostolische lekenorganisatie opgericht volgens de wetten van de Verenigde Staten.

Pater Gruner werd gewijd in Frigento, Italië, in het bisdom van Avellino in 1976. In 1978 kreeg Pater Gruner de geschreven toestemming van de bisschop van Avellino om in Canada te verblijven, zijn thuisland. Vanaf dat moment heeft Pater Gruner zich geëngageerd in het werk van ons apostolaat met volledig medeweten van drie opeenvolgende bisschoppen van Avellino, onder wie geen enkele ooit zijn werk als lid van de Raad van Bestuur heeft verboden.

Ons apostolaat is gewijd aan de wereldwijde verspreiding van de devotie tot de Heilige Maagd Maria, en vooral Haar boodschap in Fatima. Onze activiteiten bestaan onder andere uit een pelgrimstocht rond de wereld van een van de beelden van de pelgrimerende Maagd die oorspronkelijk gewijd werden door uw voorganger, Zijne Heiligheid Paus Paulus VI, de publikatie van het magazine The Fatima Crusader, verschillende congressen en bijeenkomsten van de gelovigen omtrent de boodschap van Fatima en het belang ervan voor onze tijd en radio - en televisie - uitzendingen over de boodschap van Fatima doorheen Noord-Amerika. Vele van deze activiteiten worden uitgevoerd onder de naam Internationale Fatima Rozenkrans Kruistocht.

Onder leiding van Pater Gruner is ons apostolaat zo gegroeid dat het nu meer dan 100 mensen tewerkstelt, zowel katholieken als protestanten, meer dan 100.000 actieve medestanders heeft rond de wereld, een magazine (The Fatima Crusader) met een oplage van meer dan 500.000 uitgeeft en een potentieel publiek van vele miljoenen bereikt door televisie-uitzendingen op zondag doorheen Noord-Amerika en dagelijkse radioprogramma’s doorheen heel de wereld.

Ons apostolaat trekt ook fondsen uit voor een weeshuis in het Aartsbisdom Hyderabad, Indië, dat de zorg draagt over 50 kinderen; het apostolaat geeft kinderen in Brazilië te eten en verdeelt miljoenen scapulieren en rozenkransen over heel de wereld.

Pater Gruner en het apostolaat hebben op verschillende gelegenheden de zegen en goede wensen ontvangen van Uwe Heiligheid zelf, waaronder uw bijzondere apostolische zegen in 1990 en 1993. Uw zegen van 1990 werd persoonlijk gegeven aan de verzoekers Coralie Graham en Mary Sedore.

Uwe Heiligheid, het apostolaat is geen "persoonlijk initiatief" van Pater Gruner alleen, zoals de beklaagden beweerd hebben in een van hun ongepaste en ongewone publieke "verklaringen" in naam van de Congregatie van de Geestelijken. Het apostolaat is eerder een onderneming van vele trouwe volgelingen van Christus, die geloven dat het juist hun apostolisch werk voor het Lichaam van Christus is. We zijn ervan overtuigd dat ons apostolaat volledig in overeenstemming is met het kerkelijk recht en dan vooral de codex goedgekeurd door Uwe Heiligheid met betrekking tot de leer van Lumen Gentium over de rol van de leek in de Kerk, die de vrijheid van de leerlingen van Christus stipuleert op eigen initiatief verenigingen te stichten en te leiden voor liefdadigheids- of vroomheidsredenen. [Can. 208-223; 299] Bovendien erkent dezelfde codex van het kerkelijk recht specifiek het recht van priesters zoals Pater Gruner apostolaten zoals het onze te leiden en zelfs op te richten. [Can. 278]

Het is natuurlijk geen geheim dat ons apostolaat de bezorgdheid van vele gelovigen uitdrukt dat het verzoek van O.L.Vrouw in Fatima om de specifieke toewijding van Rusland aan Haar Onbevlekt Hart nog steeds moet vervuld worden door al de bisschoppen van de wereld en de Paus, en dat indien dit niet gebeurt, Rusland zich niet zal bekeren en haar fouten over heel de wereld zal verspreiden.

Het is ook waar dat ons apostolaat de Heilige Stoel gevraagd heeft het derde geheim van Fatima aan de wereld bekend te maken. Wij geloven dat het derde geheim duidelijk een dringende waarschuwing voor onze tijd bevat - een waarschuwing die de hele Kerk in 1960 dacht te weten te komen. We vernamen echter alleen maar het nieuws dat het geheim niet onthuld zou worden. In de 36 jaren die hierop volgden, werd het steeds duidelijker dat het geheim een waarschuwing en zeer belangrijke instructies voor de Kerk in deze chaotische tijden inhoudt.

De toewijding van Rusland en het derde geheim zijn zeker zeer controversiële onderwerpen binnen de Kerk. Toch weten we dat Uwe Heiligheid zal begrijpen dat we de overtuiging van ons geweten niet kunnen negeren dat het welzijn van de Kerk eist dat we onze geoorloofde zorgen hieromtrent bekend maken aan de gewijde bedienaars en andere getrouwen van Christus. Door dit te doen, oefenen we alleen maar de wettige vrijheden van de leken uit zoals verkondigd in Lumen Gentium (par. 37) en de huidige codex van het kerkelijk recht. (Can. 212 enz.)

(B) De huidige controverse

In 1992 begonnen de beklaagden en anderen een systematische campagne om het apostolaat in diskrediet te brengen en te vernietigen, blijkbaar omdat sommige elementen in het apparaat van het Vaticaan zijn activiteiten ongunstig gezind zijn.

Het is belangrijk dat de beklaagden nooit geprobeerd hebben ons apostolaat te verbieden op een manier die overeenkwam met een passend kerkelijk proces; want er is inderdaad niets aan het apostolaat dat in eer en geweten door de Kerk verboden zou kunnen worden. De beklaagden gebruikten in hun positie van Prefect en Secretaris van de Congregatie liever de apostolische Nuntiussen, de bladzijden van L’Osservatore Romano en Avvenire en de Vaticaanse radio om "verklaringen" uit te vaardigen die ons effectief verbieden zonder het gepaste proces, door op oneerlijke wijze te verklaren dat we ongewettigd handelen omdat onze activiteiten "niet goedgekeurd werden door een bevoegde kerkelijke autoriteit."

Zoals de beklaagden verondersteld worden te weten, hebben de gelovigen geen "toestemming van een kerkelijke autoriteit" nodig om een privaat apostolaat te leiden of een conferentie over Fatima te organiseren. De codex van het kerkelijk recht die door Uwe Heiligheid werd uitgevaardigd, erkent het natuurlijke recht van de gelovigen bijeen te komen en over hun zorgen omtrent kerkelijke aangelegenheden te discussiëren, zonder enige voorafgaande kerkelijke toestemming. [Can. 212, 215 en 299] De "verklaringen" van de beklaagden dat de Fatima conferenties van het apostolaat geen "toestemming van een kerkelijke autoriteit" hebben, zijn er vrij duidelijk op gericht de bisschoppen van de wereld en de gelovigen in het algemeen te doen geloven dat ze schuldig zouden zijn aan ernstige ongehoorzaamheid aan de kerkelijke wetten als ze ons werk zouden steunen of een van onze conferenties zouden bijwonen.

De beklaagden zullen waarschijnlijk aanvoeren dat er niets in hun "verklaringen" staat dat openlijk onwaar is, en dat het nooit hun bedoeling was te suggereren dat er iets ongeoorloofds aan het apostolaat of haar activiteiten zou zijn. Laat hen dan maar uitleggen waarom er bijvoorbeeld zo’n 25 bisschoppen contact met ons opnamen over de kerkelijke gepastheid van onze Fatima conferentie in Portugal ‘verder besproken’, nadat de "verklaringen" van de beklaagden uitgevaardigd werden, of waarom zo vele bisschoppen hun komst naar onze conferentie afgelastten of uitnodigingen afwezen na deze "verklaringen".

Het is duidelijk, Uwe Heiligheid, dat deze campagne van misleidend onheilspellende verklaringen over "goedkeuring van kerkelijke autoriteiten" - waarvan de beklaagden goed weten dat ze niet vereist is - neerkomt op een grove schending van onze kerkelijke rechten, zonder gepast proces of gegronde reden, en een verschrikkelijk misbruik van de kerkelijke macht van de beklaagden.

Samen met deze tactiek tegen ons apostolaat, hebben de beklaagden hun macht verder misbruikt door alle uitnodigingen tot incardinatie die Pater Gruner ontving van verschillende welwillende bisschoppen uit heel de wereld, te blokkeren. Op hetzelfde moment gaven ze de bisschop van Avellino het bevel Pater Gruner niet te excardineren voor een welwillende bisschop. De beklaagden droegen de bisschop van Avellino op om Pater Gruner te bevelen terug te keren naar Avellino, na een goedgekeurde afwezigheid van bijna 20 jaar, met als reden het feit dat hij er "niet in geslaagd was" om ergens anders geïncardineerd te worden! Uwe Heiligheid, de beklaagden hebben er met opzet voor gezorgd dat Pater Gruner het bevel dat zijzelf de bisschop van Avellino ingefluisterd hadden, niet kon uitvoeren. Dit machtsmisbruik heeft niet alleen Pater Gruner, maar ook ons schade toegebracht.

In Pater Gruners eigen petitie aan Uwe Heiligheid, die samen met de onze overhandigd werd, geeft hij de details van de vele ongewettigde, buitenkerkelijke tussenkomsten van de beklaagden om zijn pogingen buiten het bisdom van Avellino geïncardineerd te worden, te dwarsbomen. We zullen hier alleen maar het meest recente geval aanhalen in verband met de aartsbisschop van Hyderabad, in wiens Aartsbisdom het apostolaat een eerder genoemd weeshuis steunt:

Uwe Heiligheid, ongeveer op 18 maart 1996 ontving de aartsbisschop van Hyderabad, die de derde bisschop was die Pater Gruner sinds 1992 incardinatie aanbood, een brief van de beklaagde Sanchez, die handelde in naam van de Congregatie van de Geestelijken. Hij zette Aartsbisschop Hyderabad onder druk om zijn formeel decreet van 4 november 1995 dat Pater Gruner in het Aartsbisdom van Hyderabad incardineerde, terug te trekken. Een bediende van het Aartsbisdom van Hyderabad vatte deze brief voor ons over de telefoon samen. De bediende onthulde ook dat aartsbisschop ons geen kopie van de geheime brief zonder protocolnummer durfde opsturen, omdat hij vreesde op die manier "het hele bisdom in de problemen te brengen". Met andere woorden, de aartsbisschop vreest een nog verregaander misbruik van kerkelijke macht door de beklaagden, deze keer gericht tegen zijn eigen aartsbisdom.

Hoe komt het, Uwe Heiligheid, dat de beklaagden de bevoegdheid van de Congregatie kunnen uitbreiden door een aartsbisschop te vertellen wie hij in zijn eigen aartsbisdom mag incardineren - vooral wanneer de priester in kwestie geen kerkelijke of morele hindernissen voor de uitoefening van zijn priesterschap kent. Het zou opgemerkt moeten worden, Uwe Heiligheid, dat de aartsbisschop heeft geprobeerd het apostolaat te steunen tijdens haar moeilijkheden met bepaalde elementen uit het Vaticaans apparaat. In zijn decreet van incardinatie van 4 november 1995 verklaarde de aartsbisschop:

"Ik wijs u hierbij al de faciliteiten toe die u nodig hebt voor het blijven uitvoeren van uw Godsgegeven missie op aarde...God zal u veel troost brengen door ontelbare vrienden en weldoeners. Bureaucratische krachten kunnen het werk van God niet in de weg staan."

Nu, Uwe Heiligheid, heeft de huidige bisschop van Avellino, onder druk van de beklaagden, een decreet uitgevaardigd (16 mei 1996) waarin staat dat Pater Gruner, omdat hij er "niet in geslaagd is" in een ander bisdom geïncardineerd te worden, vanaf 15 juni 1996 uit het heilige priesterschap zal geschorst worden, tenzij hij naar Avellino terugkeert om er in ballingschap te leven tot zijn dood - zonder ministerie, salaris of voorzieningen voor zijn oude dag. Pater Gruner heeft beroep aangetekend bij de Congregatie van de Geestelijkheid en heeft daardoor tot nu toe de straf kunnen ontlopen. Maar zijn beroep zal behandeld worden door niemand minder dan de beklaagde Monseigneur Sepe zelf, die, samen met beklaagde Kardinaal Sanchez, de voormalige Prefect van de Congregatie, juist degene is die Pater Gruners verbanning naar Avellino georkestreerd heeft door op onjuiste wijze tussen te komen in zijn incardinatie door de aartsbisschop van Hyderabad. Dit is een ware aanfluiting van gerechtigheid en een juiste procedure.

Ondertussen blijft Pater Gruner functioneren als hoofd van ons apostolaat. Wij, die van hem afhangen voor geestelijke en tijdelijke begeleiding van ons werk, smeken Uwe Heiligheid deze campagne voor de vernietiging van ons apostolaat door middel van ongewettigde daden die bedoeld zijn om de juiste wettelijke procedures te ontlopen, te beëindigen.

(C) Onze open brief aan Uwe Heiligheid

Uwe Heiligheid zal zich nog herinneren dat wij een jaar geleden, op 12 juli 1995, in Il Messaggero een open brief aan Uwe Heiligheid publiceerden van 9.000 gelovigen omtrent de onrechtvaardigheden die tegen ons apostolaat gepleegd werden door hen die het willen vernietigen, en de pogingen van degenen die Uwe heiligheid omringen om u ervan te weerhouden onze ernstige verzoeken te beantwoorden. In de hoop schandalen te vermijden, noemden we de verantwoordelijke bureaucraten niet bij naam. We zouden de open brief zelfs niet gepubliceerd hebben als de aanvallen tegen ons werk geen kritieke proporties begonnen aan te nemen.

De publikatie van de open brief was ons laatste redmiddel vooraleer kerkelijk toevlucht te nemen tot Uwe Heiligheid. Maar de open brief heeft degenen niet tegengehouden die de bekendmaking van de volledige boodschap van Fatima aan de gelovigen tegenwerken, en elke georganiseerde poging van de gelovigen om de toewijding van Rusland en de onthulling van het derde geheim te vragen, in de kiem smoren. De aanvallen aan het adres van ons apostolaat zijn alleen maar heviger geworden, en hebben alleen maar tot de huidige onrechtvaardigheden tegen ons geleid.

Het is geen persoonlijke eerzucht omtrent het apostolaat dat ons tot deze petitie heeft aangezet, Uwe heiligheid, maar onze diepe en blijvende overtuiging dat het welzijn van de Kerk eist dat we ons werk verder zetten.

Omdat we geen ander kerkelijk alternatief hebben, presenteren we deze petitie daarom aan Uwe Heiligheid in de hoop dat u zal tussenkomen om het onrecht dat ons apostolaat werd aangedaan, recht te zetten, zodat we ons werk kunnen verder zetten zonder het stigma waar de beklaagden ons mee opgezadeld hebben door hun misbruik van hun macht en prestige binnen de Kerk.

IV.
Specifiëring van de beschuldigingen

(1)

Volgens een decreet van de apostolische Signatura, van 15 mei 1995 (wordt later behandeld) vaardigde beklaagde Kardinaal Sanchez op 12 januari 1992 een "verklaring" uit in naam van de Congregatie van de Geestelijken, waarin stond dat ons apostolaat "niet kerkelijk erkend was en bijgevolg beschouwd moest worden als een persoonlijk en privaat initiatief van [Pater Gruner]". (Appendix 1) Deze verklaring is misleidend en daarom lasterlijk omdat:

- Geen kerkelijke erkenning, toelating of goedkeuring vereist is voor het apostolaat [Can. 212, 215, 216, 278, 299 en in het algemeen 208-223].

- Het apostolaat nooit een "privaat en persoonlijk" initiatief van Pater Gruner is geweest. Het bestond al voor hij een lid van de Raad van Bestuur werd, en meer dan 100 mensen zijn ermee verbonden. Onze erevoorzitter bij de stichting van het apostolaat was de eerder genoemde Bisschop Rusnak, op wiens advies Pater Gruner gevraagd werd toe te treden tot de Raad van Bestuur. Uwe Heiligheid, het apostolaat was het initiatief van leken en Pater Gruner begon zijn steentje bij te dragen toen het al bestond.

(2)

Op 8 oktober 1992 vaardigden de beklaagden weer een verklaring uit, die deze keer in L’Osservatore Romano en Avvenire verscheen, en uitgezonden werd op Vaticaan Radio. Ze "verklaarden" weer dat onze Fatima conferentie in Fatima, Portugal, "niet goedgekeurd werd door de bevoegde kerkelijke autoriteiten" en dat "Pater Gruner de toelating van het bisdom van Leiria-Fatima niet had om priesterlijke daden uit te voeren." (Appendix 7) Deze laster werd opnieuw gepubliceerd in de Engelse uitgave van L’Osservatore Romano op 14 oktober 1992 (Appendix 8). Het is laster omdat:

- De bisschop van Fatima eigenlijk wel de toelating had gegeven voor onze conferentie op 7 oktober 1992. Drie aartsbisschoppen waren getuige van deze toestemming: Toppo, Cardoso-Sobrinho en Limon (overleden). Aartsbisschop Sobrinho verwijst op de video-opname van onze openingssessie van 8 oktober 1992 in Fatima naar die toestemming. aartsbisschoppen Toppo en Cardoso-Sobrinho zijn nog steeds in hun Aartsbisdommen.

- Zelfs zonder zo’n toestemming zou onze conferentie volledig gewettigd zijn, aangezien volgens de Canons die reeds vernoemd werden, geen toestemming vereist is voor een private bijeenkomst van gelovigen en bisschoppen om zaken in verband met het welzijn van de Kerk te bespreken.

- Pater Gruner had geen toelating nodig om "priesterlijke daden" uit te voeren in het bisdom van Leiria-Fatima en om een private conferentie van gelovigen te helpen organiseren om over de boodschap van Fatima te discussiëren.

De "verklaring" van 8 oktober 1992 door de beklaagden was dus een opzettelijke poging om de bisschoppen van de wereld en de gelovigen te misleiden door de valse indruk te wekken dat de Fatima conferentie in Fatima, Portugal in tegenspraak met het kerkelijk recht was, en zonder de vereiste "toelatingen", en dat iedereen die de conferentie zou bijwonen een kerkelijk geldig monitum van een Curie kantoor zou schenden, terwijl de "verklaring" van de beklaagden in feite alle kerkelijke grond miste en slechts een misbruik van hun macht en prestige in de Kerk inhield. De "verklaring" van de beklaagden van 1992 werd uitgevaardigd zonder enig kerkelijk proces om de wettigheid van het apostolaat vast te stellen en zonder dat haar leden, waaronder wij, de kans kregen om zich uit te spreken om ons werk te verdedigen
.

(3)

Volgens een brief van de apostolische Nuntius van de Filipijnen (Appendix 9) van 9 juli 1994 vaardigde de beklaagde Kardinaal Sanchez een communiqué uit dat de laster van de "verklaring" van oktober 1992 in L’Osservatore Romano herhaalde en dat de Pauselijke Nuntiussen beval de bisschoppen van de wereld te vertellen "de uitnodigingen van [Pater Gruner] voor de Fatima conferentie van het apostolaat in Mexico City in november 1994 niet te aanvaarden." Het communiqué van 9 juli 1994 bevat een nieuwe beschuldiging: dat de hiërarchie van Portugal "in verlegenheid was gebracht" door de Fatima conferentie van 1992 wanneer zij op de hoogte werd gesteld van Pater Gruners "ongewone situatie" binnen de Kerk. Dit is natuurlijk een flagrante leugen: er was helemaal niets "ongewoons" aan de situatie van Pater Gruner; hij had de schriftelijke toestemming van zijn bisschop om buiten het bisdom van Avellino te verblijven en zijn bisschop had nooit zijn activiteiten voor het apostolaat verboden.

We hebben brieven uit Indië, Portugal, Mexico, de Verenigde Staten, Kenya en andere landen (Appendix 11-20) die dit verder ongewettigd gebruik van de Nuntiussen om Pater Gruner en de conferenties van ons apostolaat te verbieden zonder enig kerkelijk proces en zonder ons zelfs te verwittigen, documenteren. De herhaling van deze laster was des te ergerlijker omdat de beklaagden toen beslist al wisten dat de bisschop van Leiria-Fatima zijn toestemming voor de Fatima conferentie van 1992 had gegeven en dat het kerkelijk recht al onze geplande activiteiten toeliet, zonder dat Pater Gruner voor een ervan speciale "toelatingenfaciliteiten om priesterlijke daden uit te voeren" moest hebben.

Samen met deze bedrieglijke propaganda maakten de beklaagden gebruik van de Nuntius van Mexico om Bisschop Flores, de Secretaris Generaal van de Mexicaanse bisschoppenconferentie (CEM) onder druk te zetten, zodat die een overeenkomst met ons om de vergaderzalen van het CEM aan ons te verhuren voor onze conferentie, verbrak - nadat we al een voorschot van 5.000$ hadden betaald en, rekenend op de overeenkomst, nog vele duizenden meer hadden gespendeerd om de gebeurtenis wereldwijd bekend te maken (waaronder meer dan 100.000 posters), om uitnodigingen aan de bisschoppen van de wereld te bezorgen, om reisovereenkomsten te sluiten met bisschoppen en sprekers voor de conferentie vast te leggen. We werden gedwongen de conferentie in een eerste klas hotel in Mexico City te laten doorgaan, wat voor het apostolaat nog een bijkomende kost van ongeveer 20.000$ betekende, plus nog eens 10.000$ voor de tolkenfaciliteiten in het hotel die veel duurder waren dan die van het CEM.

Zelfs de bisschoppen die niet afgeschrikt waren door de misleidende "verklaringen" en de druk die uitgeoefend werd door de beklaagden en hun medewerkers, werden nog verhinderd aan de conferentie deel te nemen doordat Bisschop Flores, blijkbaar handelend op bevel van de beklaagden, de Mexicaanse Staatssecretaris opdroeg visa te weigeren aan bisschoppen die wilden deelnemen. Slechts een paar bisschoppen met Vaticaanse paspoorten, of die visa aanvroegen zonder de conferentie te vermelden, konden naar Mexico reizen voor de gebeurtenis.

Het uiteindelijke resultaat van dit machtsmisbruik op grote schaal, was dat het aantal bisschoppen dat onze conferentie bijwoonde van de 120 die zouden komen verminderd was tot minder dan 10 bisschoppen die al de hindernissen die in hun weg werden geplaatst door de beklaagden, wisten te omzeilen. Hoewel de conferentie doorging zoals gepland, waren onze inspanningen grotendeels verloren moeite geweest. We waren ontmoedigd door het feit dat leden van Uw Curie onze rechten zo’n geweld aangedaan hadden. Ze ondervonden blijkbaar dat ze straffeloos konden handelen zonder zich te bekommeren voor de gevolgen van hun daden voor anderen dan hun "doelwitten", Pater Gruner en ons apostolaat.

Het feit dat bisschoppen zo beledigd en geïntimideerd worden en door de beklaagden als kinderen behandeld worden, is nog veel erger. De beklaagden hebben totaal geen respect voor de rechten en voorrechten van het episcopaat, en de plicht van de bisschoppen om aan de geestelijke behoeften van hun kudde te voldoen en naar hun zorgen te luisteren. Waar is de achting van de beklaagden voor het college van bisschoppen ? Geloven zij dat het hele wereldepiscopaat aan hun persoonlijke autoriteit en overzicht is onderworpen ? De bevoegdheid van een bisschop in zijn bisdom maakt deel uit van de goddelijke constitutie van de Kerk. Met alle respect voor de Congregatie van de Geestelijken, maar de Heer voorzag niet dat zij over de bisschoppen van de wereld moesten regeren, alsof het gewone functionarissen van de Curie waren.

(4)

Volgens een brief van de Nuntius van Indië (Appendix 10) herhaalden en intensifieerden de beklaagden op of rond 3 januari 1996 weer hun laster in een ander communiqué dat uitgevaardigd werd aan de bisschoppen van de wereld via de Nuntiussen (en weer gepubliceerd door de katholieke conferentie van de Verenigde Staten) als antwoord op onze plannen om een derde Fatima conferentie later dit jaar in Rome te houden. (Zie, vb. Appendix 21-22) Het communiqué van januari 1996, dat verbatim geciteerd wordt in Appendix 21, bevat de volgende lasterlijke aantijgingen en werd getekend door beklaagde Monseigneur Sepe:

- Dat geen enkele bisschop de Fatima conferentie in Rome zou mogen bijwonen omdat de Congregatie van de Geestelijken "massa’s dossiers in de archieven" heeft zitten omtrent Pater Gruner.

De inhoud van die dossiers wordt niet gespecificeerd, maar er wordt valselijk geïnsinueerd dat ze bewijzen zouden bevatten van kerkelijke misdrijven of morele bezwaren in verband met Pater Gruner, terwijl hij eigenlijk al twintig jaar een smetteloze reputatie geniet als priester wiens trouw aan het leergezag en morele integriteit buiten kijf staat. Zijn enige "misdrijf" was dat hij er "niet in geslaagd" was geïncardineerd te worden buiten het bisdom van Avellino, nadat de beklaagden zelf die incardinatie onmogelijk hadden gemaakt.

- Dat de conferentie in Rome activiteiten bevatte "die Reverend Gruner zonder de toestemming van een kerkelijke autoriteit gepland had, en die zeer kritisch tegenover de autoriteiten van de Kerk stonden."

Als belangrijke functionarissen van de Kerk met als opdracht de kerkelijk wetten te kennen en te volgen, wisten de beklaagden (of zouden ze moeten weten) dat er absoluut geen "toestemming van een kerkelijke overheid" nodig is "om activiteiten te plannen" voor een private conferentie van gelovigen. Integendeel, het kerkelijk recht (Can. 212, 215, 216 en 299) moedigt private initiatieven van de gelovigen juist aan. Het was bovendien niet waar dat de "activiteiten" die gepland werden voor de conferentie "zeer kritisch stonden tegenover de overheden van de Kerk."

De activiteiten op Fatima conferenties zijn nooit gekenmerkt geweest door meedogenloze kritiek op kerkelijke autoriteiten. We hebben steeds eerder eerbiedige resoluties en petities betreffende de toewijding van Rusland en het derde geheim opgesteld. We mogen zo’n petities trouwens vrij voorstellen volgens de vrijheid van kerkelijke dialoog onder Can. 212, 215, 216 en 299. Bijvoorbeeld, wij hebben bij deze petitie de "veertien beschikkingen" gevoegd, die we opgesteld hebben op onze Fatima conferentie in Mexico City van 1994 - beschikkingen die ontworpen zijn met de hulp van zeven bisschoppen. (Appendix 26-27)

De zin "zeer kritisch tegenover de autoriteiten van de Kerk" is daarom goedkope laster, bedoeld om de vrees op te wekken bij de bisschoppen van de wereld dat de aanwezigheid op onze conferentie alleen al voldoende is om hen te brandmerken als ongehoorzaam aan de "gezagsdragers van de Kerk" - d.w.z., de beklaagden, die onze activiteiten willen verbieden zonder de gepaste procedures te volgen en zonder ons eerst gehoord te hebben.

- Dat de bisschop van Avellino Pater Gruner bevolen heeft terug te keren naar Avellino "opdat deze priester zijn schadelijke activiteiten niet zou kunnen verder zetten."

De waarheid is dat het bevel om terug te keren naar Avellino niet verwijst naar "schadelijke activiteiten" van Pater Gruner, maar alleen maar gebaseerd is op zijn zogenaamd "er niet in geslaagd zijn" een ander bisdom voor incardinatie te vinden, hetgeen de beklaagden zelf onmogelijk hadden gemaakt door allerlei ongeoorloofde manoeuvres buiten de normale kanalen van het kerkelijk recht. De woorden "schadelijke activiteiten" is alweer laster tegen ons werk. Er werd ook geen "schade" aan de Kerk gespecifieerd die het resultaat van ons werk zou zijn, laat staan kerkelijk bewezen. Onze activiteiten houden alleen maar het oprechte apostolisch werk in van vele katholieke gelovigen die in dienst van ons apostolaat zijn, en daar is Pater Gruner er een van.

(6)

De "verklaringen", "aankondigingen" en ongeoorloofde private interventies en intimidaties door de beklaagden hebben ons apostolaat veel schade toegebracht. Tenzij het machtsmisbruik van de beklaagden rechtgezet wordt door rechtzettingen, die alleen Uwe Heiligheid van hen kan eisen, zal de schade die wij opliepen niet meer te herstellen zijn. We geloven dat we er recht op hebben dat de goede naam van het apostolaat hersteld wordt door degenen die hem door de modder gehaald hebben in hun pogingen om een priester, Pater Nicholas Gruner, die zelf geen enkel misdrijf heeft gepleegd, het zwijgen op te leggen.

V.
Kerkelijke redenen voor de petitie

A.

Alleen de Paus van Rome zelf kan deze petitie beoordelen.

Can. 1405 #1 voorziet:

"Alleen de Paus van Rome zelf heeft het recht te oordelen over...

1. kardinalen

2. legaten van de apostolische Stoel en, in strafwettelijke zaken, bisschoppen..."

Bovendien is "de onbevoegdheid van andere rechters absoluut in de gevallen die in Can. 1405 genoemd worden." Can. 1406 #2.

Aangezien de beklaagde Sanchez een kardinaal is, en beklaagde Sepe een bisschop is in een strafwettelijke zaak, heeft Uwe Heiligheid alleen de exclusieve bevoegdheid over deze petitie.

Wij zijn volgens het kerkelijk recht genoodzaakt voldoening van Uwe Heiligheid, en hem alleen, te vragen, in overeenstemming met het recht van al de discipelen van Christus om "de rechten die zij genieten op te eisen en te verdedigen voor een bevoegd kerkelijk hof volgens de norm van de wet." Can. 221 #1. Wij moeten ons, met alle nederigheid, tot Uwe Heiligheid wenden.

1.

Aangezien deze zaak wettelijk geïntroduceerd werd, moet een uitspraak gedaan worden na een onderzoek geleid door de rechter ex officio.

Aangezien de beoordeling van deze zaak door het kerkelijk recht in de handen van Uwe Heiligheid alleen rust, is het bovendien Uwe Heiligheid die, volgens zijn eigen decreet in de uitvaardiging van de codex van het kerkelijk recht, verplicht is deze zaak verder te zetten nu ze wettelijk geïntroduceerd werd door deze petitie. Can.1452 #1

De verplichting die aan de rechter opgelegd wordt om met de procedure verder te gaan, houdt ook, zelfs in zaken die beoordeeld worden door Uwe Heiligheid, de verplichting in om de zaak ex officio te onderzoeken en in te grijpen als de beide partijen nalaten bewijzen aan te voeren. Can.1452 #2. Dus zou Uwe Heiligheid op eigen initiatief het gedrag van de beklaagden moeten onderzoeken, om op die manier de bewijzen te onthullen die ongetwijfeld voor ons verborgen werden door de buitenkerkelijke en ultra vires manier waarop de beklaagden gehandeld hebben.

Met alle respect moeten we daarom aandringen op ons recht om deze zaak door Uwe Heiligheid te laten onderzoeken en beoordelen, volgens de kerkelijke wetten die u uitgevaardigd hebt voor de gelovigen, waaronder priesters.

B.

De beklaagden zouden strikt bestraft moeten worden voor hun misbruik van de kerkelijke macht.


Can. 1389 voorziet dat "iemand die zijn kerkelijke macht of functie misbruikt, gestraft moet worden in overeenstemming met de zwaarte van de feiten of nalatigheden, het ontslag uit de functie niet uitgesloten..."

De beklaagden, optredend als prefect en secretaris van de Congregatie van de Geestelijken, hebben duidelijk hun autoriteit misbruikt door publieke "verklaringen" aan de gelovigen en het wereldepiscopaat uit te vaardigen, die valselijk impliceren dat wij in strijd met het kerkelijk recht handelen, terwijl zij heel goed weten dat onze activiteiten perfect gewettigd zijn en geen toestemming van een kerkelijke autoriteit vereisen volgens het recht op vrije bijeenkomsten en meningsuiting van de leken en priesters zoals weergegeven in Can. 208-223, 278, 299 en andere.

De beklaagden hebben hun macht en invloed in de Kerk gebruikt om bisschoppen en gelovigen te intimideren opdat ze ons apostolaat zouden mijden, ook al is er niets ongeoorloofds aan haar praktijken. Omdat ze geen enkele reden in het kerkelijk recht vonden op grond waarvan ze ons werk konden verbieden, hebben de beklaagden hun toevlucht genomen tot buiten-kerkelijke laster en druk om ons apostolaat te vernietigen. Wat meer is, zelfs als er een reden zou zijn om ons werk te veroordelen - en die is er duidelijk niet - dan zou dit binnen de bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer vallen. De beklaagden, als leden van de Congregatie van de Geestelijken, hadden dus niet de bevoegdheid om "verklaringen" uit te vaardigen die een private vereniging gesticht volgens het burgerlijk wetboek van Canada en de Verenigde Staten, effectief verboden en daardoor zwaar beschadigden. Can. 212, 215, 216 en 299. Onze organisatie is niet onderhevig aan de decreten en bulletins van de beklaagden, uitgevaardigd door hun kantoren in Rome zonder kerkelijk proces of ons te verwittigen.

Kort samengevat, de daden van de beklaagden hielden een flagrant misbruik van kerkelijke macht in (Can.1389). Om gerechtigheid te doen geschieden, zouden de beklaagden zwaar gestraft moeten worden voor deze feiten. Hun daden hebben niet alleen Pater Gruner, maar iedereen van ons schade berokkend die zijn leven heeft opgeofferd aan het apostolaat dat zij wilden vernietigen door middel van hun samenzweringen - er is geen ander woord voor, Uwe Heiligheid. Onder het kerkelijk recht kan alleen Uwe Heiligheid een gepast vonnis over de beklaagden uitspreken en maatregelen eisen tot schadeloosstelling.

C.

De beklaagden zouden strikt gestraft moeten worden en bevolen worden hun valse en kwaadaardige veroordelingen van ons apostolaat tegenover kerkelijke oversten en de gelovigen recht te zetten.

Can. 1390 #2 voorziet dat "iemand die aan een kerkelijke overste een lasterlijke veroordeling van een daad overmaakt of die op een andere manier de goede reputatie van een persoon schaadt, op een gepaste wijze gestraft kan worden"; en Can. 1390 #3 zegt dat "een lasteraar ook verplicht kan worden zijn daden recht te zetten."

De beklaagden hebben onze reputatie beschadigd door in "verklaringen" aan het wereldepiscopaat en de gelovigen te suggereren dat ons werk ongewettigd is door een gebrek aan een of andere vereiste "toestemming van een kerkelijke autoriteit," en dat het hoofd van het apostolaat handelt zonder de gepaste "toelatingen". Bovendien zegden de beklaagden in de eerder genoemde "verklaringen" over de Fatima conferentie in Portugal van 1992 dat ze geen kerkelijke toestemming had, terwijl het gebeuren in feite wel was toegelaten door de bisschop van Fatima, ook al was die toelating niet nodig onder het kerkelijk recht.

De beklaagden hebben veel moeite gedaan, en zijn er grotendeels in geslaagd om in de gedachten van vele bisschoppen en gelovigen de valse indruk te wekken dat het apostolisch werk dat we gekozen hebben strijdig is met de het kerkelijk recht, omdat we niet over een totaal onnodige "toestemming van een kerkelijke autoriteit" beschikten, of omdat Pater Gruner geen mythische "toelatingen om priesterlijke daden uit te voeren" had ontvangen in de bisdommen waar onze conferenties gehouden werden.

Dit is laster, Uwe Heiligheid, aangezien er gebruik wordt gemaakt van "halve waarheden die de indruk wekken dat er iets fout is." [McHugh en Callan, Morele Theologie, 2030 (c)] Bovendien hebben de beklaagden ons werk in een slecht daglicht gesteld door de insinueren dat het hoofd van ons apostolaat, Pater Gruner, schuldig is aan kerkelijke midrijven of morele fouten die "gedocumenteerd zijn in massa’s dossiers in de archieven" van de Congregatie van de Geestelijken, terwijl Pater Gruner eigenlijk nooit officieel beschuldigd werd van welk kerkelijk misdrijf dan ook, buiten zijn "er niet in slagen" geïncardineerd te worden buiten het bisdom van Avellino, waar de beklaagden zelf verantwoordelijk voor waren.

Uwe Heiligheid, de rechtvaardigheid vereist dat de beklaagden gestraft worden en dat ze hun systematische pogingen om ons werk zonder kerkelijk proces te verbieden, waardoor ze onze basisrechten als volgelingen van Christus aangetast hebben, moeten rechtzetten.

Alleen Uwe Heiligheid kan hier weer een straf opleggen en ten minste bevelen dat ze de schade die veroorzaakt werd door hun misleidende "verklaringen" en "aankondigingen" aan de gelovigen en het wereldepiscopaat, moeten herstellen.

D.

De straffen die men aan de beklaagden oplegt, moeten rekening houden met de schade die zij toebrachten aan hun functies.


Can. 1326 #1,2 zegt dat "een rechter zwaardere straffen kan uitspreken dan de wet voorziet...2) een persoon die een belangrijke functie toegewezen kreeg of zijn macht misbruikt heeft om het misdrijf te plegen."

Deze Canon overweegt dus een zwaardere straf gebaseerd op de toenemende schuld die het resultaat is van het opzettelijke misbruik van een hooggeplaatste functie in de Kerk. Omdat de beklaagden de autoriteit die uitgaat van hun respectievelijke functies inderdaad misbruikt hebben om laster tegen ons apostolaat te verspreiden en bisschoppen, priesters en gelovigen zodanig te intimideren dat ze ons meden, vereist de gerechtigheid dat ze zeer streng worden gestraft.

Het misbruiken van een hoge kerkelijke functie, die men toegewezen krijgt door het gezag van de Kerk van Christus, is een van de zwaarste misdrijven tegen God. Daarom vraagt de geciteerde Canon zwaardere straffen in dit geval, het ontslag van de functie niet uitgesloten.

E.

De straffen van de beklaagden, de voornaamste auteurs van de gepleegde misdrijven, zouden ook betrekking moeten hebben op degenen die met hen meegewerkt hebben, zelfs al kunnen die personen nu niet geïdentificeerd worden.

Can. 1329 #1 zegt: "Als de straffen die aan de hoofdschuldigen opgelegd worden, uitgevoerd worden (ferendae sententiae), moeten degenen die voor het plegen van het misdrijf met hen samengezworen hebben, maar niet expliciet genoemd worden in een wet, aan dezelfde of een minder zware straf onderworpen worden."

De gerechtigheid vereist dat degenen die de beklaagden bijgestaan hebben in het plegen van het misdrijf, en zonder wie het misdrijf niet had kunnen uitgevoerd worden, in de straffen zouden moeten delen. Deze Canon voorziet een gelijke bestraffing voor een inbreuk op de wet, die gepleegd werd door "verschillende mensen die samenwerkten, bv., samenzwering om de gewettigde kerkelijke vrijheid of het gebruik van kerkelijke middelen te beperken of het intimideren van kerkelijk personeel." (Commentaar, Codex van het Kerkelijk Recht, American Canon Law Society)

Deze zaak heeft inderdaad te maken met een samenzwering om "de kerkelijke vrijheid te beperken" en "kerkelijk personeel te intimideren" door het misbruik van de kerkelijke autoriteit. De samenzwering heeft niet alleen betrekking op de daden van de beklaagden, maar ook op vele van de Pauselijke Nuntiussen die met hen samengewerkt hebben door hun boodschappen en ongeoorloofde interventies tegen ons werk te bezorgen, en andere leden van de Curie en de verschillende nationale hiërarchieën die we niet kunnen identificeren omdat hun activiteiten plaatsvonden buiten de gewone kerkelijke kanalen.

De straffen die aan de beklaagden ferendae sententiae opgelegd worden, zouden dus met gelijke kracht moeten slaan op hen die met hen meegewerkt hebben in de misdrijven waarover sprake is.

VI.
Conclusie

Het was Uwe Heiligheid zelf die tijdens zijn bezoek aan Fatima van 13 mei 1982 aan de wereld zei dat: "De boodschap van Fatima vandaag dringender en relevanter dan ooit is..."; dat de boodschap "aan alle mensen gericht is"; en dat ze "een verplichting inhoudt voor de Kerk."

Geen enkele bevoegde autoriteit in de Kerk heeft ooit gezegd dat ons apostolisch werk voor de verspreiding van diezelfde boodschap op een of andere manier in strijd is met het geloof of de moraal; zo’n veroordeling zou ook nooit tegen ons kunnen uitgesproken worden, aangezien we niets anders doen dan wat de Kerk toelaat wat een lekenapostolaat betreft.

Uwe Heiligheid, wij verschijnen hier voor u als trouwe katholieken die zich bezig houden met een gewettigd apostolaat dat in geen kleine mate geïnspireerd werd door uw eigen respect voor, en uw eigen publieke verklaringen over de boodschap van Fatima, hoe zeer we ook geloven dat de boodschap nog steeds moet vervuld worden door bepaalde daden van de Heilige Stoel.

Wij vragen in deze petitie van Uwe Heiligheid dat wij dezelfde rechten toegewezen krijgen die elk ander lid van de Kerk onder de codex van het kerkelijk recht die Uwe Heiligheid uitgevaardigd heeft, geniet: het recht dat onze zorgen omtrent de toestand van de Kerk gehoord worden, en het recht gevrijwaard te worden van misbruik van kerkelijke macht.

VII.
Verzoek om genoegdoening

DAAROM, verzoeken wij, de verzoekers, dat de Paus aan de volgende eisen voldoet:

A Dat de beklaagden een rechtvaardige straf opgelegd krijgen, waaronder ontslag uit hun functie, voor het misbruiken van hun kerkelijke macht in strijd met Can.1389;
B Dat de beklaagden een rechtvaardige straf opgelegd krijgen, waaronder ontslag uit hun functie, voor hun laster tegen ons apostolaat in strijd met Can.1390;
C Dat de beklaagden door Uwe Heiligheid bevolen worden hun misdrijven op de volgende manier recht te zetten:
(1) Door in L’Osservatore Romano, Avvenire en op Vaticaan Radio met dezelfde frequentie en in dezelfde talen als de voorgaande boodschappen van de beklaagden, in naam van Uwe Heiligheid te verklaren dat:
(i) we geen toestemming van een kerkelijke autoriteit nodig hebben om ons bezig te houden met het apostolaat dat bekend staat onder de naam Internationaal Fatima Rozenkrans Kruistocht, en dat Pater Gruner, onze voorzitter, geen toelating moet vragen voor het leiden van ons apostolaat en het helpen organiseren van onze conferenties;
(ii) de conferentie die door het apostolaat later dit jaar in Rome zal gehouden worden ook geen vergelijkbare toestemming nodig heeft en dat elke bisschop, priester, religieus of gelovige eraan mag deelnemen;
(iii) dat alle voorgaande "verklaringen" of "aankondigingen" die in naam van de Congregatie van de Geestelijken uitgevaardigd werden en suggereerden dat ons apostolaat de nodige kerkelijke toestemming miste voor haar activiteiten, waaronder alle voorbije en de toekomstige conferenties, ingetrokken worden;
(2) Door aan elke bisschop en Pauselijke Nuntius een verklaring te sturen, in naam van Uwe Heiligheid, die dezelfde informatie bevat als in (1) (i)-(iii);
(3) Door ervoor te zorgen dat al de verzochte verklaringen en aankondigingen ondubbelzinnig en aangetekend zijn, opdat elke gelovige en bisschop die onze Fatima conferentie in Rome zou willen bijwonen, op tijd op de hoogte gebracht kan worden van de waarheid omtrent het apostolaat zodat hij een gefundeerde beslissing kan nemen om al dan niet deel te nemen.
(D) Dat de beklaagden bevel krijgen dat ze ons dadelijk copieën moeten bezorgen van de herstellende verklaringen en aankondigingen, met de toestemming ze te publiceren in om het even welk forum dat we geschikt achten voor de weerlegging van de leugens over ons en het apostolaat;
(E) Dat de beklaagden bevel krijgen om zich te weerhouden van verdere publieke of private "verklaringen" en "aankondigingen" die doen vermoeden dat er iets ongewettigds is aan het apostolaat, de activiteiten van het apostolaat en de activiteiten van Pater Gruner als haar Voorzitter, of dat wij, het apostolaat, of Pater Gruner "geen toestemming van een kerkelijke autoriteit" voor onze activiteiten hebben;
(F) Elke andere vorm van voldoening die Uwe Heiligheid juist en rechtvaardig lijkt.

Met alle respect voorgelegd op 29 september 1996.

Mevr. Coralie Graham    Mevr. Mary Sedore    Mevr. Mairead Clarke    et.al.

 

Fatima Priester

Over dit boek...

In deze langverwachte biografie, vertelt de gerespecteerde journalist en auteur, Francis Alban, het inspirerende verhaal over het leven en werk van Pater Nicholas Gruner, de Canadese stichter en directeur van een Maria-beweging die door velen beschouwd wordt als een van de meest invloedrijke en machtige bewegingen in de huidige katholieke Kerk.

Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de grote historische gebeurtenissen van onze eeuw. In een dramatisch en vaak poëtisch proza, beschrijft Alban het warme gelovige gezin waarin Nick Gruner geboren en tot toekomstige priester gevormd werd. De auteur schildert aan de hand van de jeugd, opvoeding en seminariejaren aan het prestigieuze Angelicum in Rome van Pater Gruner, een fascinerend portret van de invloeden en ideeën die de priester er later toe zouden brengen zijn leven en werk aan O.L.Vrouw van Fatima te wijden.

In de hoofdstukken die het hebben over de stichting en de werking van zijn Fatima apostolaat, zullen de lezers veel van de redenen ontdekken waarom Pater Gruner vaak "de meest controversiële priester in de katholieke Kerk van vandaag" genoemd wordt. Zijn vastberaden kruistocht voor de volledige vervulling van de wensen van de Heilige Maagd in Fatima, hebben hem zowel vele vrienden en volgelingen als machtige vijanden in de bureaucratie van de Kerk gemaakt.

Terwijl hij de huidige crisis in de Kerk beschrijft, onderzoekt Alban de lange en moeilijke strijd van Pater Gruner om zijn priesterlijke rechten en roeping te verdedigen. De auteur haalt hieromtrent nieuwe feiten en bewijzen aan, die nog nooit buiten de kerkelijke hoven werden gezien. Ongetwijfeld zullen vele lezers, na deze nieuwe informatie bekeken te hebben, tot het besluit komen dat de zaak tegen Pater Gruner niets meer is dan een zorgvuldige en goed georganiseerde poging om de boodschap van Fatima te onderdrukken.

In dit boek zijn ook de persoonlijke bedenkingen van Pater Gruner over vele morele, theologische en persoonlijke kwesties opgenomen, wat een verder inzicht in het leven en de zending van deze unieke, vrome en toegewijde priester biedt.

 

Over de auteur...

De commentaren en lange essays van Francis Alban over de huidige katholieke wereld zijn verschenen in vele wereldse en katholieke tijdschriften uit vele politieke en theologische hoeken. Hij heeft vele jaren geregeld bijdragen geleverd voor CBC Radio, CBC TV (het Nationale netwerk van Canada) en zijn eigen column in Laurentin Press. Zijn artikels werden ook gepubliceerd in Catholic Family News en The Fatima Crusader, het tijdschrift van Pater Gruner. Om deze biografie voor te bereiden, spendeerde de auteur twee jaar aan het interviewen van mensen, het opzoeken van bewijsmateriaal en het schrijven van de tekst. Francis Alban zegt over dit werk:

"Na zoveel jaren aan dit boek gewerkt te hebben, kan ik niet beweren onbevooroordeeld te zijn, maar ik geloof oprecht dat het verhaal van Pater Gruner misschien de meest belangrijke en leerzame les is, die een katholiek kan lezen die geïnteresseerd is in zijn Geloof en de toestand van de huidige Kerk."

 


Search Music Feedback Info
Foreign Auto-Update